Tagarchief: Lannoo

Van chador tot cha-cha

(volgende bijdrage is ook verschenen op de website van De Standaard: http://standaard.typepad.com/iran/)

“Verlang vurig naar iets! Zadel je paard en maak je klaar voor de ontdekkingstocht.” Deze verzen schreef de klassieke Perzische dichter Sanai eeuwen geleden neer, en vandaag zijn ze meer dan ooit op mij van toepassing. Het iets waar ik vurig naar verlang is mijn vertrek naar Iran, en maandag 1 juni is het eindelijk zover: samen met Pieter-Jan De Pue ga ik op reportage naar de Islamitische Republiek. Ons paard laten we thuis, maar klaar voor de ontdekkingstocht zijn we wél.

Het idee om met Pieter-Jan naar Iran te trekken ontstond vorig jaar bij deBuren, waar ik toen nog werkte. Ik wilde al langer door Iran reizen en daarover schrijven, en toen ik de foto’s van Afghanistan zag die Pieter-Jan bij deBuren tentoonstelde, wist ik meteen dat een gezamenlijke tocht door Iran wel eens heel mooie dingen zou kunnen opleveren. We trokken met ons voorstel naar de directeur van deBuren, en hij was erg enthousiast. Een paar maanden later klom ook het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek mee aan boord en werd een droom werkelijkheid.

Met deze reis willen we Iran van een andere kant laten zien. Als Iran onze media haalt, dan is dat bijna altijd om politieke redenen, en meestal is het dan de conservatieve of zelfs fanatieke kant die wordt belicht: Ahmadinejad wil Israël van de kaart vegen, het kernprogramma van Iran is wereldbedreigend, Roxana Saberi zit onterecht in de cel. Gevolg daarvan is dat in het Westen Iran al te vaak wordt gezien als een fanatiek land vol gesluierde vrouwen en bebaarde ayatollahs. Die zijn er natuurlijk wel, maar zo eenzijdig is het plaatje niet: Iran is volop in verandering. Anno 2009 staat het land op de grens tussen traditie en moderniteit, tussen isolement en openheid, tussen verleden en toekomst. Vrouwen dagen er de ayatollahs uit door hun sluier steeds verder naar achteren te schuiven, Iraanse weblogs schieten als paddestoelen uit de grond en zijn zelfs door geen honderdduizend mullahs uit te roeien, en het Museum voor Hedendaagse Kunst in Teheran opende in mei een tentoonstelling van moderne westerse kunst die sinds de Islamitische Revolutie niet meer vertoond werd.

Door ook het andere Iran te laten zien, willen we in woord en beeld tot een genuanceerd portret komen van een land dat volop in de kering is: enerzijds zijn er de traditionele en religieuze waarden; anderzijds zijn er de vele Iraanse jongeren – zeventig procent van de bevolking is er jonger dan 25 jaar – die lak hebben aan de islam en houden van Amerika, MTV, make-up en westerse literatuur. Geen beter moment dan verkiezingstijd om die twee kanten te belichten, want in de strijd tussen conservatieven en hervormingsgezinden komen de twee gezichten van Iran duidelijk naar voren.

Het zijn de stemmen van de gewone Iraniërs die we willen laten horen, Hoe ziet het leven in Iran er anno 2009 uit? Wat denken ze over hun land en hun toekomst? Wat maakt hen blij en waar zoeken ze hun geluk in een land waar zoveel verboden is? Welke boeken lezen ze? Naar welke muziek luisteren ze? Waar zoeken ze hun ontspanning?

We doen alle binnenlandse verplaatsingen per trein omdat we zoveel mogelijk samen met de gewone mensen onderweg willen zijn. Reizen per trein, schrijft Paul Theroux in zijn meest recente boek De grote spoorwegcarrousel retour (2008), heeft het voordeel dat je het land leert kennen zoals het werkelijk is: je hebt namelijk ook uitzicht op het achterland. En: “Luxe [is] de vijand van de observatie, een dure verstrooiing die zo’n lekker gevoel geeft dat je niets meer opmerkt. Luxe corrumpeert en werkt infantilisering in de hand, en voorkomt dat je de wereld leert kennen.”

Het vliegtuig zou ons veel tijd en ongemakken besparen, maar de reis gaat niet over onszelf. Net als Theroux willen we observeren, en dat kan honderd keer beter in de trein dan in het vliegtuig.
“And wisdom is a butterfly, and not a gloomy bird of prey”, zei de Britse dichter William Butler Yeats (En wijsheid is een vlinder, en niet een sombere roofvogel). Het vliegtuig vind ik maar een sombere roofvogel, maar de trein wordt straks onze vlinder door het Iraanse landschap.

Reacties uitgeschakeld voor Van chador tot cha-cha

Opgeslagen onder Iran

Iran: een robuuste, oude wijn

“Ben je niet bang?” Het is de vraag die ik het vaakst te horen krijg wanneer ik mensen vertel dat ik straks een maand door Iran reis, mét een journalistenvisum.
Nee, ik ben helemaal niet bang. Angst is een slechte raadgever, niet alleen in Iran, maar overal en altijd in het leven. Wie zijn dromen verwezenlijkt, is niet bang. En voor het eerst voet op Iraanse bodem zetten, is een droom die ik al jaren koester en die op 1 juni eindelijk werkelijkheid wordt. Brussel-Istanbul-Teheran, Imam Khomeini Airport. Ik tel de dagen af.

Strikt genomen ga ik naar Iran om te ‘werken’: Pieter-Jan De Pue en ikzelf zullen in de marge van de presidentsverkiezingen vier keer verslag uitbrengen voor De Standaard, ik zal dagelijks bloggen voor dezelfde krant, en in maart 2010 verschijnt bij Uitgeverij Lannoo een boek over onze reis. Toch zal ik nooit het gevoel hebben dat het hier om werk gaat. Me in Iran verdiepen, is niet werken, maar genieten. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik van mijn grootste passie misschien straks wel mijn beroep kan maken.

Wat me zo aantrekt in Iran? Het is na ‘ben je niet bang’ die andere vraag die mensen me vaak stellen. Vaak zie ik dan een blik in hun ogen die zegt: brrrr, wil je daar echt naartoe, naar zo’n eng land waar je niet mag zeggen wat je denkt, waar homoseksuelen worden opgehangen en waar vrouwen zo schandalig worden gediscrimineerd? Ja, dat wil ik echt, en ik geloof dat we in het Westen een veel te eenzijdig beeld hebben van de Islamitische Republiek. Natuurlijk, ik ben er nog niet geweest, dus ik spreek niet uit ervaring, maar op grond van alle boeken die ik gelezen heb, kan ik beslist zeggen dat hier al te vaak één kant van Iran wordt belicht. De fanatieke, duistere kant. En daar zijn de media in grote mate verantwoordelijk voor.

Maar ik wijk af – ik had het over wat Iran voor mij zo fascinerend maakt. Waar zal ik beginnen? België is een jong wijntje, maar Perzië is een robuuste oude wijn, en die hebben altijd meer te bieden. De geschiedenis van Iran bestuderen, dat is eigenlijk kennismaken met de geschiedenis van onze hedendaagse beschaving; het is de mens zelf ontdekken. Ik kan in dat verband trouwens ten zeerste het boek Persian fire van Tom Holland aanbevelen; geen andere werk ontsluit de geschiedenis van het oude Perzië op zo’n tegelijk toegankelijke en degelijke manier.

Er is de geschiedenis, en er is uiteraard ook de Perzische literatuur. Iran is een land van dichters, wordt vaak gezegd, en dat is niet zomaar een leeg cliché. Prachtig vind ik het, hoe de poëzie zelfs in het dagelijkse leven van Iran aanwezig is: hun dichters blijven ze na eeuwen nog steeds herdenken, en op de achterruiten van taxi’s zijn zelfs vaak verzen van Hafez te vinden.

Door Iran te ontdekken, ben ik een rijker mens geworden. Zeker, België heeft zijn schoonheid, maar de Perzische cultuur heeft mijn blik ontzettend verruimd. Maakt u zich geen zorgen: ik zal in Iran niet blind zijn en ook de negatieve aspecten waarnemen en beschrijven. Maar bovenal wil ik zoveel mogelijk mensen ook laten zien dat dit land zoveel meer is dan gesluierde vrouwen en bebaarde ayatollahs:

Iran, ey khorram behesht e man
Roushan az to sarnevesht e man
Gar atash barad be peykaram
Joz mehrat dar del naparvaram

Iran, o mijn groene paradijs
Verlicht is mijn lot dankzij jou
Wanneer het vuur regent op mijn lichaam
Een andere dan jouw liefde zal ik niet koesteren in mijn hart

(uit het populaire Iraanse volkslied ‘Ey Iran’)

1 reactie

Opgeslagen onder Iran