Tagarchief: Iraans

"Je kussen zijn de babbelende mussen"

Mijn hart bloedde toen ik gisteren las dat het Iraanse regime nu ook de naam van mijn favoriete Perzische dichter bekladt, zelfs na zijn dood. Zaterdag werd een herdenkingsceremonie verhinderd voor Ahmad Shamloo (1925-2000), die tien jaar geleden overleed. Zie hier ook de video op YouTube van de ceremonie. Zelfs een grote dichter kunnen de fanatici niet meer in stilte laten rusten.
Om Shamloo te herdenken, breng ik u een van mijn favoriete liefdesgedichten van hem:

Lied van dankbaarheid en aanbidding

Je kussen
zijn de babbelende mussen van de tuin
en je borsten de bijenkorf van het gebergte
en je lichaam
is een eeuwig mysterie
dat in een kolossale leegte
aan mij wordt onthuld.

Je lichaam is een lied
en mijn lichaam een woord
dat daarin zit
om een melodie te scheppen:
een serenade waarin de eeuwigheid weergalmt.

In je blik zie je alle liefdes:
een bode die het leven aankondigt.

En in je stilte hoor je alle klanken:
een schreeuw die het bestaan op de proef stelt.

Reacties uitgeschakeld voor "Je kussen zijn de babbelende mussen"

Opgeslagen onder Iran

Hoezo, een westerling kan niet bekommerd zijn om Iran?

Eergisteren ‘zei’ een Iraanse Belg me op Facebook dat een westerling als ik zich maar beter niet ‘bemoeit’ met de Iraanse strijd, dat Iran het Westen geen moer kan schelen, en dat het onmogelijk is dat een westerling (zoals ik, dus) werkelijk bekommerd is om het Iraanse volk. Ik weet niet wat ik het meest voelde: kwaadheid of droefheid om een reactie die al te veel gemakkelijke retoriek in zich draagt.

Hoe dan ook: ik ken veel Iraanse Belgen die het belangrijk vinden dat ‘het Westen’ blijvend aandacht geeft aan ‘interne’ Iraanse gebeurtenissen. Voor hen, en omdat we beter kunnen lachen dan kwaad zijn, dit liedje van Googoosh, en mijn vertaling. Ba ham kunnen we veel, of we nu Iraniër of westerling zijn.

Ba ham mishe mesle mah derakhshid

Samen kunnen we schijnen als de maan

Mishe be zamin setare bakhshid

samen kunnen we een ster aan de aarde geven

Ba ham mishe too roozaye abri

samen in bewolkte dagen

Az gom shodane khorshid natarsid

zijn we niet bang dat we de zon verliezen

Ba ham mishe aftabo seda kard

samen kunnen we de zon terugroepen

Khako mo’tabar mesle tala kard

samen kunnen we stof waardevol als goud maken

Ba ham mishe sange biseda ro

samen kunnen we aan een stille steen

Ba naze tarane ashena kard

de schoonheid van een lied geven

Ba ham poshte ma koohe

samen zijn we sterk als een berg

Nemitarsim, nemioftim, nemibazim

samen zijn we niet bang, samen vallen we niet, samen verliezen we niet

In avaz nemimire ta vaghti ke ham avazim

dit lied zal niet verdwijnen tot we samen zijn

Betaze, ghosse ta mikhad betaze

Laat verdriet ons aanvallen, zoveel het wil

Nasaze, roozegar ba ma nasaze

Laat de tijd ons met rust laten

Shabo rooz ta’neye doshman dobare

Dag en nacht, laat de vijand opnieuw

Bebare az daro divar bebare

ons overal beschimpen

Ba ham poshte ma koohe

samen zijn we sterk als een berg

Nemitarsim, nemioftim, nemibazim

samen zijn we niet bang, samen vallen we niet, samen verliezen we niet

In avaz nemimire ta vaghti ke ham avazim

dit lied zal niet verdwijnen tot we samen zijn

6 reacties

Opgeslagen onder Iran

Drugs en diepe ellende, maar misschien zit daar hoop in

Net las ik dit hartverscheurende verhaal over een Iraanse drugsverslaafde op The Huffington Post. Onvoorstelbaar: in Iran beheerst de Revolutionaire Garde de drugsmarkt, en ze hebben blijkbaar de prijzen erg laten dalen zodat jongeren te high zijn om de straat op te gaan en te protesteren tegen het regime.

Het land is ziek, maar wat ‘hoopgevend’ is, is dat de economie er zo slecht aan toe is dat het volgens mij niet lang meer zal duren eer ook de allerarmsten zich aansluiten bij de Groene Beweging. Vrouwen en armen bepalen vandaag de toekomst van Iran.

Reacties uitgeschakeld voor Drugs en diepe ellende, maar misschien zit daar hoop in

Opgeslagen onder Iran

Een dipje in de liefde

Ik heb al vaker gezegd en geschreven dat wat ik voor Iran voel echte liefde is. Dat blijft waar, maar de voorbije dagen is de liefde wat minder vurig dan anders. Dat zit zo: ik heb even genoeg van de leugens, de absurditeit en de waanzin die me vanuit Iran bereiken. Zo las ik gisteren dit bericht, waarin verteld wordt dat de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Manouchehr Mottaki beweert dat de vijanden van Iran gefaald hebben in het WK voetbal, net omdat ze sancties tegen de Islamitische Republiek ondersteunen. Brazilië doet dat niet, en dat is volgens Mottaki de reden dat het land het zo goed doet op het WK.

Hoeveel absurder kan het nog worden?
En dan dit bericht van gisteren, over Neda Agha-Soltan, de vrouw van mijn leeftijd die werd neergeschoten op mijn voorlaatste dag in Iran. De Amerikaanse zender HBO heeft over haar deze aangrijpende documentaire uitgezonden, en het kan niet anders of het fanatieke Iraanse regime is al met een antwoord gekomen over de ‘ware toedracht’ van de dood van Neda. Volgens hen heeft een vrouw – natuurlijk, een vrouw, alle kwaad komt van vrouwen volgens de fanatici – vanuit een vrachtwagen Neda neergeschoten, met een pistool dat in haar handtas zat verborgen.
How low can you go?

Wat me de afgelopen week nog het meest pijn heeft gedaan, zijn de haatdragende reacties op een column van Kader Abdolah van een zekere ‘Tehrani’, een man die op het Volkskrant-forum beweert dat Abdolah een nepvluchteling is en regelmatig met vakantie naar Iran gaat. Ik kon niet geloven dat iemand zoiets zou beweren. Het voelde als een harde klap in mijn gezicht. Ik ben tegen de man ingegaan, maar het heeft geen zin: hij is gewoon een gek. Ik ken Abdolah persoonlijk en weet absoluut zeker dat hij sinds zijn vlucht in 1985 nooit naar Iran is geweest, dat hij dat niet mag, en dat hij zijn vaderland erg mist. Het erge is dat er altijd mensen zijn die ‘Tehrani’ zullen geloven – zo gaat dat nu eenmaal, het is blijkbaar erg gemakkelijk om leugens voor waarheid te verkopen. Abdolah is succesvol en dat creëert afgunst.
Maar zoals ik dus zei: ik was door die drie berichten zo ontgoocheld, dat de liefde even bekoeld is en ik mezelf op dit moment wat moet inspannen om het nieuws over Iran te volgen. Het gaat wel weer over. Misschien maakt het mijn liefde voor Iran net echter: niet alles kan immers rozengeur en maneschijn zijn.

Reacties uitgeschakeld voor Een dipje in de liefde

Opgeslagen onder Iran

Toch geen bezoek van IRIB aan NOS

Gelukkig: in Nederland heerst al bij al nog het gezond verstand.

Reacties uitgeschakeld voor Toch geen bezoek van IRIB aan NOS

Opgeslagen onder Iran

Missen


‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat’, schreef J.C. Bloem in zijn gelijknamige bekende gedicht. Wel, vorig jaar op dit tijdstip was ik domweg gelukkig in de Chahar Bagh-straat van Isfahan. Ik had een fantastische namiddag beleefd bij een Iraanse familie in de voorstad Shahinshahr – een ontmoeting die ik in mijn boek uitgebreid beschreven heb. Nu viel de avond en wandelde ik door de bekendste laan van mijn droomstad Isfahan, op weg naar de Si-o-se Pol of ‘de brug met 33 bogen’, waar veel Isfahani de avond doorbrengen en verliefde koppeltjes zich verstoppen onder de vele bogen.

In het gras langs de waterkant zat ik naar de verlichte brug te kijken. Ik hoorde twee jongemannen naast mij over de politiek praten: de dag nadien, 12 juni, mochten ze gaan stemmen, en ze waren opgetogen. De ene zei dat Mousavi zeker zou winnen. De ander knikte en lachte: ‘Dacht je dat ik dom was, misschien? Natuurlijk gaat hij winnen!’
De lucht zinderde van opwinding en verlangen, verlangen naar de dag van morgen, 12 juni, wanneer Iran mocht gaan stemmen en ze eindelijk nog eens voor wat verandering mochten kiezen. Uren heb ik daar gezeten, luisterend naar de gesprekken van de mensen, soms zelf met hen pratend, met thee en koekjes erbij.
Ik weet nog dat ik toen dacht: Hier kom ik binnenkort een tijdje wonen. Als ik terug in België ben, ga ik kijken hoe ik dat kan regelen.
Een jaar later heb ik al vijf keer een visum aangevraagd voor Iran, en al vijf keer ben ik geweigerd. Een jaar later mis ik Iran erg en kom ik tot deze vreemde vaststelling: dat het bestaat, van een land houden dat het jouwe niet is, er zo van houden dat je er zelfs in je dromen naartoe reist.

4 reacties

Opgeslagen onder Iraans, Iran

Khomeini onder een dikke laag stof

Vandaag volg ik de Nederlandse verkiezingen, denk ik aan de Belgische verkiezingen van zondag én rijd ik ook door het majestueuze berglandschap van de lange weg tussen Arak en Kashan, nu een jaar geleden.
Eigenlijk was het op 9 juni 2009 de bedoeling om per trein van Arak naar Kashan te reizen, maar daarvoor moesten we een omweg maken langs Qom (het Vaticaanstad van Iran, maar dan tien keer erger) en in die stad werden we urenlang opgepakt door de politie en daarna kordaat verzocht om niet te lang meer in de straten van de stad rond te hangen.Over de prachtige autotocht met taxichauffeur Hamid heb ik in Duizend-en-één dromen uitvoerig geschreven.
Ik wil het hier over iets anders hebben. Over iets moois wat ik beleefde in de tapijtweverij van Gholam Reza, een tachtigjarige man die nog elke dag met handen en voeten zijn zijden Perzische tapijten weeft. De weverij bevond zich in een kelder, en fotograaf Pieter-Jan en ikzelf zagen meteen het prachtige portret van ayatollah Khomeini dat er aan de muur hing, in een donker hoekje van de kelder, helemaal onder het stof. Voor wij ‘westerlingen’ natuurlijk een mooi symbool van wat ik al eerder had gemerkt tijdens mijn reis: dat ayatollah Khomeini in Iran helemaal niet zo geliefd is als wij hier wel denken – integendeel. Meestal hangt zijn portret aan de muur omdat Iraniërs geen andere keuze hebben.
Pieter-Jan maakte een opstelling om in de donkere kelder een foto van het bijna pop-artachtige portret te maken. Plots nam Gholam Reza een ladder en veegde hij met zijn rechterhand een deel van het dikke stof weg. Pieter-Jan gilde: “Na, na! Niet doen!” De man begreep het niet: moet een portret dan niet netjes zijn als je er een foto van maakt? Tegelijk las ik wat schaamte in zijn ogen: eigenlijk hadden de wevers nog nooit de moeite gedaan om het dikke stof weg te halen, en dat is natuurlijk veelzeggend.
Zelf nam ik dus ook een foto van het portret. Khomeini onder het stof. Laten we hopen dat we snel een portret van Khamenei onder het stof daarnaast kunnen hangen.

2 reacties

Opgeslagen onder Iran

Ik haat hen

Dagelijks lees ik met verbijstering en pijn getuigenissen van Iraniërs die in Evin (beruchte gevangenis in Teheran) en andere gevangenissen de vreselijkste folteringen ondergaan. Ik word er letterlijk misselijk van. Het enige sprankeltje hoop dat ik aan deze berichten kan vastknopen, is dat het regime wel erg bang moet zijn als ze steeds driester te werk gaan.

De getuigenis van deze gevangene moet ik absoluut de wereld insturen. Bahram Tasviri Khiabani is een van die vele dappere Iraniërs die ons wil laten weten hoe het eraan toe gaat achter de tralies van Iran. Hij heeft iets gedaan wat zijn situatie nog gevaarlijker kan maken: in Rajai Prison in Karaj heeft hij een videoboodschap opgenomen waarin hij getuigt over hoe hij er wordt mishandeld.
Ik dacht nooit dat ik haat kon voelen, maar ik voel steeds meer oneindige haat voor het Iraanse regime.
Maar ruze ma khahad amad, our time will come.
Hier volgt de Engelse vertaling van de videoboodschap van Bahram.

In the name of God, I am Bahram Girovani, the son of Mohammad. I went to the security offices to file a complaint about a situation. The day I went, Mr. Akharian (head of ward 1 in Rajai Shahr prison) got angry and threatened me. He hit me even though I begged him not to.

I asked him to please let me get in touch with my family. He said he would do it himself and asked for my number. He got my number and called my mother. He told my family that Bahram is dead and that they need to come to the hospital to pick up the corpse.

I was told that when my mother heard this news, she had a heart attack and got very sick. My family went to the hospital where they were told I wasn’t dead and they realized they had been lied to.

I was asked about who I gave my house number to and I responded that I had given it to Mr. Akharian. They said they would keep me for five days, and after a week, I asked them to please give me permission to get in touch with my family and allow me to take my medications. I had been under a physician’s care and was taking about 15 pills due to a medical condition, but they took those pills away.

I wasn’t feeling well and begged them to let me speak to someone in charge, but they did not allow me to do that. I got so sick both physically and mentally that I wanted to die. I attempted to light myself on fire, but they stopped me and sprayed tear gas in my cell. Then they opened the door and hit me in my face with batons. They used a fire extinguisher to put the fire out. When they sprayed the tear gas over the fire extinguisher gas, I wasn’t able to see anything anymore. I felt like I was going blind and I could barely breath.

They suddenly opened the door and started beating me in my face with wooden batons. Mr. Mirzaghayi, Mr. Zeynali, Mr. Yousefi and Mr. Moradi had all come and they were the ones beating me with batons. All of a sudden I saw that Mr. Moradi was holding a knife. I don’t know if he had just found it or if he had brought it to stab me. I don’t know.

I hit him hard in his hand and the knife fell to the ground. I picked it up to defend myself, but I had no chance to defend myself.

They all attacked me and hit me more, then they took me to a very dark room with no cameras. They beat me harder, tied me up, blindfolded me, tortured me, took my clothes off, hung me, and inserted batons inside of me. I kept pleading with them, begging them, asking them, “Isn’t there a God. Isn’t there a Prophet?” They responded, “We are God and we are the Prophet.”

I asked them if there was someone in charge in the place. They responded that they were they ones in charge. Mr. Mirzaghayi replied, “I have orders. I have orders from Mr. Akharian who has given me permission to do whatever I want.”

They kept beating me with their batons until they broke my legs. I was then taken into a room and left there all night, still naked with my hands tied behind my back. I was suffocating and in great pain because of my broken legs. By morning, my broken legs were bleeding badly and I begged them to take me to the prison clinic, but they refused.

After a month, the wound in one of my legs was infected all the way to my bone. They finally had to take me to the prison clinic. The doctor refused to touch my leg because it was so badly infected. I begged the doctor to help me. The doctor said if they performed surgery I would have to stay there to recover and they had been told that they were not allowed to keep me there for recovery. He didn’t want to take care of me, but I begged him. I kissed his hands and his feet.

Then I told him I would lodge a complaint against them. I asked him if Mr. Akharian had given the orders and he replied yes. Mr. Akharian had told him not to perform surgery. Mr. Gerami and Mr. Ali Mohammadi came. They all said it was out of their hands because they were under the strict orders of Mr. Akharian. So again I resorted to threatening them and said I would lodge a complaint.

I finally convinced them to let me receive an operation.

They took me back to solitary confinement until the day of my operation. I was in the prison clinic for four days.

Mr. Mirzaghai came to visit me and said, “That place where we stuck the batons into you still has not healed. Too bad. Does it hurt? We’re going to make it worse. Why did you have to complain? Why did you complain to the infirmary?”

The night before my operation they gave me some kind of pill that made my mouth go completely crooked. I wasn’t able to talk at all.

The doctors said to me, “That day when you got in all that trouble with those guys, you should have known better than to mess with them. They are the ones who told us to give you this medicine and do this to you. Now look at you. You are not allowed to make a phone call. You are not allowed to talk. You are not allowed to have any visitors. We’re taking care of you, but you don’t even deserve it. We should kill you. Just like we did with Siamak Bandeloo and other people who we killed by injection. We should kill you too.”

When they performed the surgery on me they shaved a large portion of my bone off, they cut the flesh, and they put a cast on it.

Yesterday when I came out, I was beaten again. They kept telling me I should have never complained. Mr. Mirzaghayi beat me up all over my body with a baton. I kept begging him to stop hitting me and I kept asking him why he is beating me again. He psychologically devastated me by cursing at me with very dishonourable words. He took away my dignity in front of all the other prisoners.

Then he dragged me and took me to Mr. Akharian. He told me if I don’t shut up they will continue to treat me like this. He said he would even bring my whole family here and throw all of them in prison too. “How dare you lodge a complaint,” he kept saying. He told me that if I consent to what they say, they would help me out. But if I refused, they would crush me, and this time, they would kill me.

Today they took me back to Mr. Akharian. They threatened me again and asked me to agree to their demands. They said, “If you don’t do it, not only will you not achieve anything, we will kill you and we will just throw your corpse out of here. There is nothing you can do here. The law enforcer is with us. He isn’t going to acknowledge anything that happened to you; not your broken legs and not the baton that we stuck into you. We are the ones in charge here. We tell them what to say.”

They also told my family that Rajai Shahr prison runs on its own. There is no authority over the prison. How about the head of the whole country, I wondered. But in this prison there is no government. There is no Islam. Here they kill people the same way they drink water. Here they have tortured people much worse than they have tortured me. They just beat everybody. They have tortured so many people, after which they force them to say whatever they demand. If anyone dares think of complaining, they will torture him even more.

Prisoners get thrown in a dark camera-less room that no one knows of and they get beaten up. If anyone asks about the prisoner, they lie and say he is at the infirmary or somewhere else. In that room, you are not given water, bread, or anything. There is no toilet.

There is just no logic to anything that the prison officials do. This place is worse than Kahrizak. There are no human rights here. There are no human beings in charge. There is no law.

There is nothing here. There is nothing.

They just kill people like they are drinking water.

I don’t know, just please help me.


Reacties uitgeschakeld voor Ik haat hen

Opgeslagen onder Iraans, Iran

"Mijn Farzad is trots naar buiten gekomen"

De Iraanse autoriteiten weigeren voorlopig de lichamen vrij te geven van de vijf Koerden die zondag geëxecuteerd werden . Verschillende bronnen zeggen dat ze de doden pas willen vrijgeven als de families zich keren tegen welke protesten ook naar aanleiding van hun dood. Corruptie ten top. Ontroerend vond ik de woorden van de moeder van de vermoorde Farzad Kamangar: “Mijn plicht als de moeder van Farhad is net begonnen. Ik heb Farhad bij ontmoetingen in de gevangenis vaak verteld dat hij trots de gevangenis zou verlaten, en mijn wens is waarheid geworden. Mijn Farzad is trots naar buiten gekomen.”

http://www.astreetjournalist.com/




Reacties uitgeschakeld voor "Mijn Farzad is trots naar buiten gekomen"

Opgeslagen onder Iraans, Iran

Drie mensen binnen één gezin ter dood veroordeeld in Iran

Alweer nieuws uit Iran om heel erg stil van te worden: de International Campaign for Human Rights liet weten dat drie mensen van één en dezelfde familie ter dood veroordeeld zijn nadat ze gearresteerd werden bij protesten tegen de verkiezingsuitslag. Het gaat om vader, moeder en zoon. Ook twee van hun naaste vrienden zijn ter dood veroordeeld. De beschuldiging: het sturen van videomateriaal en foto’s naar de Mujahedin-e Khalq, een oppositiegroep in ballingschap die volgens de VS een terroristische organisatie is. In januari 2009 verwijderde de Europese Unie de Mujahedin echter van hun lijst van terreurbewegingen.

Het proces dat aan de veroordeling voorafging was uiteraard (opnieuw) een showproces. Aaron Rhodes, een woordvoerder van International Campaign for Human Rights, zei dat de doodstraffen als doel hebben om de Groene Beweging in Iran te intimideren.

bron: Radio Farda

Reacties uitgeschakeld voor Drie mensen binnen één gezin ter dood veroordeeld in Iran

Opgeslagen onder Iran