Categorie archief: Columns

Nergens is de Vlaamse taal mooier dan in ons wielerjargon

Deze column verscheen gisteren op DeMorgen.be 

 Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: windklievers.

 Weinig periodes waarvan ik zoveel hou als het voorjaar. Niet per se omdat de zon op dat moment weer gaat schijnen – dat ook, al valt dat nu nogal tegen – maar omdat dan de voorjaarsklassiekers worden verreden.

‘Verreden’. Inderdaad. Het is een woord dat nog weinig wordt gebruikt, maar van een koers hoor je te zeggen dat hij ‘verreden’ in plaats van ‘gereden’ wordt. De ‘ver-‘ geeft extra lading en zwaarte aan het woord, en net daarom past het bij een sport die zo lastig is dat sommige renners na afloop van een koers alleen nog maar op de grond kunnen vallen, om een minuut later toch weer op te staan en, happend naar adem, een interview te geven. Lees verder

4 reacties

Opgeslagen onder Columns

Waarom Yves Lampaert de nieuwe Briek Schotte is

29543300_1852294911455497_4302401661314301361_n

‘Ik kijk nu al uit naar het interview’, zei (co-)commentator Karl Vannieuwkerke toen Yves Lampaert woensdag als eerste over de streep van Dwars door Vlaanderen reed. Vannieuwkerke verwoordde daarmee meteen een verlangen van velen die thuis op de bank naar de koers zaten te kijken: de eerste mens die me zegt dat hij er niet van geniet om Yves Lampaert te horen praten, moet ik nog tegen het lijf lopen. Het is meteen een deel van de verklaring waarom Lampaert in sneltempo zo populair is geworden bij het grote wielerpubliek: niet alleen kan hij wreed goed met de benen stampen, maar heeft hij ook een naturel en authenticiteit waarmee hij het hart van een hele wielerminnende natie heeft weten te winnen. Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Columns

Heeft u al de zee als antidepressivum gebruikt?

Deze column verscheen gisteren op DeMorgen.be

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: heimzee.

Het mooiste woord dat ik deze week las, was ‘heimzee’, een woordspeling van ‘heimwee’ en ‘zee’,  in een Facebookpost van radiopresentatrice Heidi Lenaerts. Het mag wat mij betreft meteen in het woordenboek. Lenaerts is verliefd op de zee en op Oostende. Ze verblijft er vaak met man en kinderen, niet alleen om de redenen die ons haast collectief van de zee doen houden, maar omdat haar reumapijn er minder fel de kop opsteekt. Lees verder

Reacties staat uit voor Heeft u al de zee als antidepressivum gebruikt?

Opgeslagen onder Columns

De doodssprong die er geen zou mogen zijn

Deze column verscheen afgelopen vrijdag op DeMorgen.be 

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: adieu.

 ‘Adieu’. Het waren volgens een ooggetuige de laatste woorden van Marie (87) en Emmanuel (86) toen ze zondagmiddag hand in hand van de negende verdieping van een appartementsgebouw in De Panne sprongen. Hulp kon niet meer baten.

Hulp, dat wilde het bejaarde echtpaar ook niet meer. Hun wanhoopsdaad was een uitdrukkelijk ‘nee’ tegen het leven dat ze sinds kort noodgedwongen moesten leiden.

Jaren geleden hadden ze het binnenland voor de kust verruild. Van het groen van Brasschaat trokken ze naar het blauw van de zee. Ze verloren er hun hart en vestigden zich definitief in hun appartement in Residentie Amadeus. Maar eind vorig jaar begon het zelfstandige leven zwaar te worden. Hun huisarts zei dat alleen wonen niet langer een optie was. Volgens sommige buren hadden Marie en Emmanuel vaak hulp nodig, omdat een van hen onwel was geworden of zwaar was gevallen. Daarom zou de familie hen in een rusthuis geplaatst hebben.

Hun situatie daar vonden ze uitzichtloos. Regelmatig nog keerden ze terug naar hun appartement, waar ze ooit zo gelukkig waren. Misschien hadden ze er zicht op zee. Misschien kon de weidsheid daarvan hen even doen vergeten dat ze alleen nog in gisteren en niet langer in morgen geloofden. Maar zeer zeker zal die terugkeer naar hun oude thuis het mes nog dieper in de wonde hebben geduwd. Toch begrijp ik hen: hun verhuis had hen gebroken, en vertoeven in de herinneringen van weleer kon hun gebroken hart weer even lijmen.

Ik probeer me voor te stellen hoe ze elkaar zondag na het middageten in de ogen keken en zonder woorden wisten dat het tijd was. Hoe ze hun schoenen en jas aantrokken en de deur een laatste keer achter zich dichttrokken (zij of hij?). Klaar voor een laatste wandeling naar Residentie Vroeger. Klaar voor een laatste keer zeelucht in hun longen. Klaar voor een laatste blik op de golven – daar, op die negende verdieping, waar zelfs Engeland aan hun voeten lag.

Maar het leven deed dat niet meer. Hoe ten einde raad moeten die twee mensen niet geweest zijn dat ze zoveel moed bij elkaar konden schrapen om hun stramme lijf en leden tot op de hoogste verdieping van hun appartementsgebouw te bewegen? Zal een van hen nog geaarzeld hebben? Zullen ze hebben afgesproken wie het eerst sprong en zo de ander zou meenemen? Of zal een een kneepje in elkaars hand het signaal geweest zijn om de laatste voet vooruit te zetten?

Hun ‘adieu’ laat me niet los. Ik hoor hun laatste woord wegwaaien met de zeewind, maar toch blijft het hangen. Het is een adieu die ons aller adieu kan zijn. Een adieu aan een leven waar iedereen voor vreest: in een rusthuis, op een plek waar we niet kunnen aarden, waar we misschien met verkleinwoorden worden aangesproken, waar de ramen te klein zijn en de maaltijden voorspelbaar. Emmanuel en Marie hadden nog elkaar. Toch wisten ze dat een van hen ooit zou achterblijven, en dan nog op die plek waar ze nooit van zouden kunnen houden.

Hun adieu heeft maar één keer weerklonken, maar in mijn hoofd hoor ik al de hele week de echo. Het is een echo die me vertelt dat we mensen de levensmoe zijn het recht op waardig sterven moeten geven. “Een voltooid leven kan nooit een reden zijn voor euthanasie.” Dat zei het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek in een nieuw advies eind vorig jaar. “‘Als de federale parlementsleden het belangrijk vinden om tegemoet te komen aan de vraag van gezonde burgers om hun leven te beëindigen, dan zullen ze daartoe een andere wet in het leven moeten roepen.”

Ik hoop dat ze dat doen. Als je vindt dat het genoeg geweest is, moet je het recht hebben je leven voltooid te noemen en die woorden ook in daden om te zetten. Niemand, niemand, niemand zou ervoor een lift naar de negende verdieping moeten nemen.

3 reacties

Opgeslagen onder Columns

Het leven is vurrukkulluk

Deze column verscheen gisteren op DeMorgen.be

Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: vurrukkulluk.

Ik was veertien en had nog maar een paar weken een volwassenenkaart voor de bibliotheek van mijn thuisstad. Lang had ik daarop gewacht, want de boeken voor jongeren, die zich op de bovenverdieping bevonden, had ik waarschijnlijk allemaal gelezen. Lees verder

3 reacties

Opgeslagen onder Columns

Noemt u mij voortaan gerust ‘woordenvoeder’

Deze column verscheen vrijdag op DeMorgen.be

lke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week zijn dat er maar liefst vijf: bloemenhoeren, gevoelsaanstellerij, spaarlampgeneratie, induffelen en woordenvoeder.

Soms is het een heuse zoektocht om een geschikt #WoordvandeWeek te vinden, maar de voorbije dagen werd het me wel erg gemakkelijk gemaakt: maar liefst vijf woorden verdienen voor mij een plaats op het hoogste schavotje. Lees verder

1 reactie

Opgeslagen onder Columns

Zonder seks kunnen we leven, maar een te grote huidhonger doet ons wegkwijnen

Deze column verscheen gisteren op DeMorgen.be

 Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: huidhonger.

 Het lijkt wel een beetje zoals met Sinterklaas en kerstmis: elk jaar wordt het erger. Ik heb het over de commercie rond Valentijn, die ons ook nu weer overspoelde nog voor februari goed en wel begonnen was. Rozen, taarten in hartvorm en dure etentjes in een restaurant vol zeemzoeterige knuffelrockmuziek. Lees verder

Reacties staat uit voor Zonder seks kunnen we leven, maar een te grote huidhonger doet ons wegkwijnen

Opgeslagen onder Columns