Nergens is de Vlaamse taal mooier dan in ons wielerjargon

Deze column verscheen gisteren op DeMorgen.be 

 Elke week kiest onze taalcolumniste Ann De Craemer het #WoordVanDeWeek. Dat kan een actueel woord zijn, een hip nieuw woord, een woord dat een snaar raakt, een totaal vergeten woord of een woord dat allang had moeten bestaan. Deze week: windklievers.

 Weinig periodes waarvan ik zoveel hou als het voorjaar. Niet per se omdat de zon op dat moment weer gaat schijnen – dat ook, al valt dat nu nogal tegen – maar omdat dan de voorjaarsklassiekers worden verreden.

‘Verreden’. Inderdaad. Het is een woord dat nog weinig wordt gebruikt, maar van een koers hoor je te zeggen dat hij ‘verreden’ in plaats van ‘gereden’ wordt. De ‘ver-‘ geeft extra lading en zwaarte aan het woord, en net daarom past het bij een sport die zo lastig is dat sommige renners na afloop van een koers alleen nog maar op de grond kunnen vallen, om een minuut later toch weer op te staan en, happend naar adem, een interview te geven.

Van een renner die geen pap meer kan zeggen, klinkt het in het wielerjargon dat hij ‘helemaal choco’ is. Dat sappige wielertaaltje is een extra reden waarom ik zo van de wielersport hou. Er zijn mensen die zeggen dat ‘het Vlaams’ niet bestaat en we het alleen over ‘de Nederlandse taal’ mogen hebben. Mis, poes. ‘Het Vlaams’, met zijn eigen specifieke woordenschat, bestaat wel degelijk, en je hoeft alleen maar naar het commentaar tijdens een wielerwedstrijd te luisteren om instemmend te knikken. Als er op een Nederlandse zender al eens bloemrijke woorden worden gebruikt, dan hebben de commentatoren daarvoor leentjebuur gespeeld bij hun Vlaamse collega’s.

Voorbeelden van Vlaamse taalkundige wielerparels? Choco zijn. Met het hol open rijden. In de boter trappen. Ribbedebie zijn. Er een snok aan geven. Iemand het snot voor de ogen rijden. Verdapperen. Kwakken. Dokkeren. Aan de rekker hangen. Stoempen. Wegkletsen.

Het is vooral Michiel Wuyts, naast koersliefhebber ook taal- en literatuurliefhebber, die geen moment onbenut laat om zijn liefde voor het Vlaamse wielerjargon met ons te delen. Hij is daarin een erfgenaam van Karel Van Wijnendaele, de man die niet alleen de stichter van de Ronde van Vlaanderen was, maar ook van de krant Sportwereld, de voorloper van Het Nieuwsblad. In de tijd van Van Wijnendaele was er amper een wielerfan te vinden die géén abonnement op Sportwereld had. Zelfs Paul van Ostaijen dichtte erover in ‘Belgiese zondag’:

Na de hoogmis wast bewondering
voor de renners de coureurs
21 7 17 48 83
fraaie hoofdgroep door het dorp
Jonge boeren en arbeiders spreken
sportliterair
citaten uit de Sportwereld

Er was toen nog geen televisie, en dus moest men voor commentaar op een wedstrijd op het geschreven woord terugvallen. Van Wijnendaele maakte van zijn artikels bijna kortverhalen, niet alleen omdat hij zelf graag schrijver was geworden, maar ook omdat hij wist dat méér mensen zijn krant zouden kopen als hij zijn verslagen zo levendig mogelijk maakte: hij moest zó over de renners en hun exploten vertellen dat lezers het gevoel hadden dat ze er zelf bij waren geweest. Het is daar dat de basis werd gelegd voor de beeldende wielertaal die vandaag nog steeds bestaat en door Wuyts & Co. wordt gebruikt en verrijkt.

Af en toe lanceert vooral Michel Wuyts een nieuw woord. Dan spits ik mijn oren en neem ik een notitieboekje ter hand. Zo had hij het zondag tijdens de Ronde van Vlaanderen over renners als ‘windklievers’. ‘Klieven’, aldus Van Dale, is ‘met kracht splijten’, en waarschijnlijk wordt het woord het meest gebruikt als er hout voor het haardvuur moet worden gekliefd. Wuyts toverde het woord echter om tot een metafoor: windklievers. Met het tweede deel van dat nieuwe woord, klievers, kun je nog meer nieuwe woorden vormen. Zelf dacht ik aan probleemklievers, iets wat we in onze dromen eigenlijk allemaal willen zijn: de problemen die op ons pad komen met de nodige kracht en energie splijten om ze daarna van een hobbelig parcours te ruimen.

Een woord dat met het oog op Parijs-Roubaix van komende zondag ook bestaansrecht heeft, is zonder twijfel ‘kasseiklievers’. Ik daag Wuyts uit om het te gebruiken, en ik daag kasseiminnaar Sep Vanmarcke uit om zichzelf op de velodroom van Roubaix tot kasseikliever van het jaar te kronen.

4 reacties

Opgeslagen onder Columns

4 Reacties op “Nergens is de Vlaamse taal mooier dan in ons wielerjargon

  1. ton van grinsven

    stoempen is het mooiste !

  2. Wilfried

    tijdens het verslag van de jongste korte Spaanse meerdaagse wedstrijden (Baskenland, etc) voegden de Eurosportverslaggevers aan jouw sappige bloemlezing ook nog de term ‘Spaans vlak’ toe

  3. Detje Maerten

    Top Ann !

  4. gino vandevyvere

    mooi