Mijn West-Vlaamse klei

Deze column verscheen in de Krant van West-Vlaanderen van 28 augustus

Afgelopen zondag was David Van Reybrouck te gast in de laatste aflevering van Zomergasten op de VPRO. Van Reybrouck, afkomstig van Assebroek, hield er een lofzang op zijn West-Vlaamse roots. ‘Je wortels moeten diep geankerd zijn om met je takken ver te kunnen reiken’, zei hij. Zelf woont hij al jaren in Brussel, maar hij zei niet te begrijpen hoe mensen die in de stad zijn gaan wonen vaak neerkijken op hun afkomst uit landelijkere gebieden. Van Reybrouck houdt nog steeds erg veel van het West-Vlaamse platteland en van de landschappen van zijn jeugd, en pleitte voor een ‘hartstochtelijke band met de plek waar je vandaan komt.’ 

Eindelijk, dacht ik: een relatief jonge schrijver die het nog eens durft te hebben over het belang van je roots, en die zelfs aan een nieuw project werkt dat zich in zijn geboortestreek situeert: omdat het aantal zelfmoorden in West-Vlaanderen zorgwekkend hoog is, heeft Van Reybrouck gepraat met de nabestaanden en op basis daarvan een tentoonstelling op poten gezet. Wanneer je als jonge schrijver je afkomst een rol laat spelen in je werk, zoals ikzelf dat doe, krijg je wel eens met kritiek af te rekenen die meent dat ‘wortels’ als literair onderwerp minderwaardig of hopeloos ouderwets zou zijn. Er vallen dan namen als Stijn Streuvels en Cyriel Buysse (held!), en woorden als ‘Vlaamse klei’ – die met de nodige minachting worden uitgesproken. Zo vroeg een interviewer me bij de verschijning van mijn vorige roman De seingever, die zich net als mijn debuut Vurige tong in en rond Tielt situeert, of het geen tijd werd om de heimatliteratuur – zo noemde hij het – de rug toe te keren, en een verhaal te schrijven dat zich in de grote stad afspeelt. Want, zo zei hij, ‘bevindt zich daar niet het kloppende hart van de wereld?’

Ik was te verbijsterd en waarschijnlijk ook nog te onervaren om de man van antwoord te dienen, maar nu zou ik reageren met een citaat van Gustave Flaubert, die het Normandische dorpje Yvetot een rol liet spelen in Madame Bovary: ‘In de literatuur bestaan er geen mooie kunstthema’s. Yvetot is dus net zo goed als Constantinopel, en bijgevolg mag je om het even wat schrijven, ongeacht waarover het gaat.’

Tielt is voor mij nu drie boeken lang beslist evenveel waard geweest als Brussel, en ik zou niet weten waarom ik over de metropool moet schrijven als ik daar geen enkele affiniteit mee heb. Philip Roth, gelauwerd en wereldberoemd auteur, heeft een groot deel van zijn werk gesitueerd in één bepaalde wijk van de Amerikaanse stad Newark – en toch zijn zijn verhalen universeel.

Mijn Tieltse trilogie is met mijn nieuwe roman voltooid, en hoe ver ik ooit ook zou verhuizen; nooit zal ik het belang van mijn West-Vlaamse roots voor mijn werk vergeten. Om het met de verzen uit het gedicht ‘West-Vlaanderen’ van Hugo Claus te zeggen:

Ik leen uw lucht in mijn woorden
Uw struiken uw linden schuilen in mijn taal.
Mijn letters zijn: West-Vlaanderen duin en polder.

 

 

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Columns

Een Reactie op “Mijn West-Vlaamse klei

  1. joost vanhecke

    mooi