En het beest zeeg neder

Deze week las ik De waarheid over de zaak Harry Quebert van de Franse literaire sensatie Joël Dicker – een echte aanrader die 600 pagina’s mijn aandacht vasthield. Volgens NRC Handelsblad is de roman ook ‘een doe-het-zelf-boek voor de beginnende schrijver’. Het boek staat inderdaad vol memorabele citaten over het schrijverschap, zoals dit: ‘Een boek schrijven is niet niks: iedereen kan schrijven, maar niet iedereen is schrijver.’

De zin deed me denken aan een mail die ik ooit kreeg van iemand die me vertelde net een kortverhaal klaar te hebben. ‘Begin dit jaar kreeg ik de kriebels om een kort verhaal te schrijven. (…) Maar het enige waar ik me enorm zorgen over maak is mijn zinsbouw, structuur, grammatica en andere fouten.’ Ik dacht aan wat Gerrit Komrij ooit neerpende over J. Bernlef: ‘In de laatste roman van Bernlef, Sneeuw, komen, hoewel hij enkele aardige en zelfs een aangrijpende scène bevat, drie kleinigheden voor die me niet bevallen: het verhaal, de stijl en de zogenaamd onderliggende gedachtengang.’

Ik durfde het niet, maar eigenlijk gebood de eerlijkheid me op de mail te antwoorden dat het met schrijven zoals met blondines is: je bent het, of je bent het niet. Omdat ik een sentimentele afwijking heb, raken zij die verkondigen dat ze schrijver willen worden me recht in het hart, maar tegelijk doen ze me de wenkbrauwen fronsen.

Ik kan me niet herinneren ooit tegen iemand gezegd te hebben dat ik schrijver wilde worden. Schrijven is geen vak waarvoor je kan studeren – wel een talent waarin je je kan vervolmaken.

Geef mij dan maar de mensen die schrijver zijn zonder dat ze het zelf beseffen. Neem mijn vader. Jarenlang heb ik me afgevraagd van wie ik mijn schrijftalent had gekregen, want mijn vader was geen schrijver, maar arbeider. Toen ik op een dag een opstel van hem uit een vergeelde doos opdiste, werd het me duidelijker. Veertien jaar was hij. Op bezoek geweest in een slachthuis in zijn (en mijn) West-Vlaamse geboortestad. Daar een koe zien doodmaken. Erg onder de indruk. Zijn beschrijving: En het beest zeeg neder.

Ik wist genoeg: vijf woorden slechts, maar die assonantie van de –ee- die het beest bijna op je hoofd doet ploffen en de geur van warm koeienbloed in je neusgaten perst.

Meer dan veertig jaar later is mijn vader nog altijd schrijver, maar hij weet het niet. Hij heeft een tuin waarin hij bloemen naast, onder en boven elkaar schikt, zoals ik dat doe met woorden. Nooit heeft hij iemand verteld dat hij zich zorgen maakte over zinsbouw, structuur en grammatica van zijn composities.

Hij werd geen tuinier. Hij was het.

Reacties staat uit voor En het beest zeeg neder

Opgeslagen onder Columns

Reacties zijn gesloten.