GAS-boetes anno 1991, een afvalcontainer, en mijn neef de politieagent

Toen ik vandaag las dat de stad Antwerpen aan kinderen een GAS-boete heeft gegeven omdat ze zonnebloempitten op de grond hadden gespuwd, kwam naast de verbijstering ook een herinnering aan vroegere tijden naar boven.

Vooraleer mijn grootmoeder in een serviceflat terechtkwam, woonde ze op het platteland, waar in de buurt steeds meer fabrieken opdoken. Schuin tegenover haar huis was er een plasticverwerkend bedrijf waar onder meer wielen werden geproduceerd. Ronddwalen in de natuur vonden wij, kleinkinderen, altijd uitermate spannend, maar naarmate we ouder werden, ging (wanneer we in het weekend bij grootmoeder op bezoek waren) ook van de fabriek een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Op zaterdag was het er rustiger dan in de week: er waren slechts een paar arbeiders aan de slag, wat we konden afleiden uit het schaarse aantal auto’s op de parking.

Op een zaterdag in de zomer van 1991 klommen wij – mijn zus, een neef, een nicht en ikzelf – over een lage muur aan de zijkant van de fabriek. We hoorden het gegons van de machines binnen en wisten dus maar al te goed dat er mensen aanwezig waren – maar maakte dat het niet spannender, en wat deden we fout door gewoon een kijkje te nemen? Voor onze neus, bij een poort waar vrachtwagens konden worden geladen en gelost, stond een grote afvalcontainer. Met zijn vieren namen we een kijkje: de container lag vol kleine wieltjes die licht beschadigd waren. Wat als we er daar nu eens een paar van zouden meenemen, opperde mijn neef, om er iets mee te maken? Strak plan, besloten we, en dus visten we elk een wieltje uit de container. Nog geen vijf seconden later echter hoorden we iemand komen aanrennen. ‘Godverdomme, wat doen jullie daar?’ Zodra we de struise man, waarschijnlijk de ploegbaas, zagen verschijnen, zetten we het op een lopen, en ik gilde nog dat mijn oudste neef een politieagent was en ik van niets schrik had.

Ik was tien. Ik had helemaal geen neef die politieagent was, maar vond het van mezelf heel stoer dat ik zoiets durfde te zeggen. Mijn zus was veertien; mijn neef en nicht ook.

Hadden we anno 2013 vier wieltjes uit een afvalcontainer ‘gestolen’ om er iets mee in elkaar te knutselen, dan is de kans groot dat we daarvoor een GAS-boete hadden gekregen. Misschien was ik vandaag zelfs onderworpen geweest aan een psychologisch onderzoek omdat ik ter plekke een flagrante leugen had verzonnen – oh nee, een psychopate in wording!

Nooit heb ik gevonden dat we daar en dan iets verkeerds deden. We waren kind, en kattenkwaad uithalen, zonder dat iemand daar persoonlijk het slachtoffer van werd, hoorde er op zaterdag vaak bij. Het verhaal van de wieltjes biechtten we een uur later uiteindelijk op, omdat onze ouders wilden weten waar die dingen vandaan kwamen. We werden niet gestraft, maar streng aangemaand om zo’n stunt geen tweede keer uit te halen. Tegelijk moest de vader van mijn neef een bulderlach onderdrukken: ook hij, zo moet hij hebben gedacht, was immers ooit kind geweest.

Dat lijken onze heren en dames politici die GAS-boetes voor kinderen vanaf 14 jaar hebben goedgekeurd te zijn vergeten: dat ook zij ooit jong waren.

Mogen kinderen ook nog werkelijk kind zijn?
Of moet al op jonge leeftijd worden begonnen met de creatie van mensen die zoveel mogelijk binnen de lijntjes kleuren?
Mogen jongeren nog fouten maken en daaruit leren?

Nostalgie is niet gezond, zegt men wel eens, maar steeds vaker heb ik heimwee naar de tijd van de afvalcontainer tegenover het huis van mijn grootmoeder, omdat het Vlaanderen van toen nog geen kampioen in verzuring was. Als het kon, ik voerde hier en nu een GAS-boete in voor politici die duidelijk elke dag op citroenpitten zitten te kauwen, om die daarna in het gezicht van de persoonlijke vrijheid van de burger te spuwen.

6 reacties

Opgeslagen onder Columns

6 Reacties op “GAS-boetes anno 1991, een afvalcontainer, en mijn neef de politieagent

  1. De volgende stap is dat er een rechte witte lijn wordt getrokken op het voetpad, en dat iedereen op die lijn moet lopen. In drukke straten, zoals op de Meir, worden er twee getrokken, waarvan diegene dichtst tegen de etalages betalend is. Wie het riskeert om ernaast te lopen krijgt een GAS-boete.

  2. De neef de politieagent

    Je bent vergeten vertellen dat je uit pure paniek van een muur van twee meter hoog gesprongen bent.

  3. ik ben het met Suske eens
    ik denk we zijn murv geluld door die vuile politiek

  4. Heimwee naar de tijd dat ambtenaren nog achter hun loketten zaten en dààr de mensen hun verzuring opdrongen. Op naar een nieuwe renaissance en zo nee, dan op naar de revolutie.

  5. Ik heb me terug een zak zonnebloempitten gekocht. Ga met plezier spuwen de komende dagen. Nostalgie.

  6. In de jaren 60 en 70 ging men voor het minste protestacties oprichten, demonstreren in Brussel enz. Nu vloekt men eens, betaald al morrend, maar niemand komt hiervoor nog op straat. We zijn het slachtoffer geworden van onze eigen laksheid en egoïsme.