Ruth Joos & de parabel van de ijsventers

Vandaag staat in De Standaard een treffende reactie op het afvoeren van Joos, door Stephan Weemaes, doctoraatsstudent & Praktijkassistent Economie aan KULeuven Kulak. De man stuurde me gisteren al een mailtje met zijn reactie, en ik kreeg toestemming om ze ook hier te plaatsen.

In een bijdrage op haar blog, treurt schrijfster Ann De Craemer terecht over het heengaan van ‘Joos’, het Radio 1-programma dat de naam draagt van haar presentatrice. Alles moet steeds sneller en flitsender. Trage radio of TV, dat kan niet meer: Joos wordt afgevoerd, Hautekiet moet het stellen met een uur minder en of Het Peulengaleis vandaag nog gemaakt zou mogen worden, valt te betwijfelen. Alles wordt eenheidsworst, zegt Ann De Craemer, en die realiteit komt niet uit de lucht vallen, neen, ze wordt gedreven door cijfers.

Wie ooit een basiscursus economie verwerkte, herinnert zich misschien nog het model van Hotelling dat toepassing vindt in een oligopolistische markt (een markt met een beperkt aantal aanbieders) waarin productdifferentiatie mogelijk is. Hotelling schetste in 1925 het beeld van een twee kilometer lange zeedijk waarop twee ijsventers hun waren aan de man proberen te brengen met een mobiel ijskarretje. De toeristen liggen gelijkmatig verspreid over het strand te zonnebaden. Bij welke van de twee zal de toerist zijn ijsje kopen? Als de prijs en de kwaliteit van het ijs bij beide ijsventers gelijk is, kiest de toerist voor het dichtstbijzijnde karretje. De positie die de ijsventer kiest op de dijk, bepaalt dus de grootte van zijn afzetgebied. Als beiden zich op 500 meter van elk uiteinde van het strand vestigen, wordt de gemiddelde wandelafstand voor de toerist geminimaliseerd.

Een beetje ondernemende ijsverkoper ziet snel dat hij zijn afzetmarkt kan vergroten wanneer hij zijn karretje een beetje richting die van de concurrent verplaatst, immers, als het karretje dichter staat bij de concurrent, staat het ook dichter bij de klanten van de concurrent. Als beide ijsventers op die manier redeneren, staan ze na verloop van tijd vlak naast elkaar, pal in het minder van de dijk exact dezelfde ijsjes te verkopen tegen exact dezelfde prijs. Wie is daar nu beter van geworden? Alleszins de toerist niet, want die moet nu gemiddeld dubbel zo ver wandelen als voorheen om zijn ijsje te halen.

Vervang de ijskarretjes nu eens door tv-programma’s en de plaats van de toeristen op het strand door de programmavoorkeuren van de consument, dan wordt alles duidelijk. Met programma’s die op één of andere manier bestempeld worden als “extreme” genres wordt een te klein doelpubliek bereikt. Programma’s die een beetje body of inhoud hadden, worden dus “verfrist” en “meer afgestemd op de luisteraar”.

Dat de ijsventers opschuiven naar het midden moge hun vergeven worden. Ze moeten immers hun gezin onderhouden en hun bedrijfje draaiende houden. De Openbare Omroep daarentegen, zou beter moeten weten…

 

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Columns

Een Reactie op “Ruth Joos & de parabel van de ijsventers

  1. Obrecht

    Beste,

    Altijd moeilijk wanneer heel het land in rep en roer staat over iets, en je merkt bij jezelf: tiens, ik ervaar net het tegenovergestelde. De duivels naar Brazilië? Leuk voor hen én de supporters, maar zou het kunnen dat er enigszins overdreven wordt? Alles moet wijken voor dat ene item,… behalve heel die logistieke onderneming (veiligheid, politie, media, …) die ervoor opdraait. Iets verder terug: de film “Ben X”. Heel Vlaanderen vol lof over de film, ik weer een oprecht gevoel van: “voor mij ging dit er zwaar over”. Maar kan/mag je dat nog zeggen tegenwoordig?
    Zo ook nu over “Joos”: helemaal mee eens dat het weer de zoveelste verschraling is van de cultuur door zo’n programma af te schaffen. Maar om nu te zeggen dat ik zo wild was van haar presenteerstijl? Altijd dat gezucht, alsof het allemaal te minnetjes was voor haar, van zodra het niet intellectueel genoeg was: die meewarige blik die je gewoon voelde door de microfoon. Als luisteraar kreeg ik minstens het gevoel dat zij het eigenlijk beter wist dan ons.

    Op zo’n moment vraag ik me dus 2 dingen af: ben ik ik alleen met dit gevoel en is er in deze zogenaamde open maatschappij nog intellectuele ruimte om het te kunnen zeggen? Op dit moment heb ik nl. het gevoel dat mevrouw Joos haar zaligverklaring niet veraf is.

    Vriendelijke groet, Obrecht Van Nevel.