Column: De trolley

Onder de titel ‘Zand in eigen land’ schrijf ik voor De Morgen zes weken lang een column waarin ik gewone mensen portretteer die, om wat voor reden ook, thuisblijven tijdens de vakantie. Ter introductie plaats ik de eerste online.

Ik zag hen voor het eerst in een telecomwinkel, waar ze net voor mij aan de beurt kwamen. Hun ogen glommen net zozeer als het schoon opgepoetste scherm van hun tabletcomputer, die de man in zijn handen klemde als ging het om het verdwenen paneel van het Lam Gods. “Ja, mijnheer?” zei de verkoper. “We hebben net een tablet gekocht”, antwoordde de vrouw in de plaats van haar man — en ze sprak het woord uit op zijn Nederlands, alsof het om een kleischat van de Sumeriërs ging. “Gisteren, in de Aldi,” voegde hij er ongevraagd aan toe, “je betaalt veel minder en het marcheert even goed.” De verkoper deed alsof hij de opmerking niet had gehoord. “Hoe kan ik u van dienst zijn?” De vrouw vertelde dat ze met hun tablet op het internet wilden surfen. Hoeveel zou hen dat kosten, en konden ze dan ook films bekijken? Er volgde een uitleg over tarieven, downloadsnelheden en voordelige packs. Op dat moment bood een andere winkelverantwoordelijke mij haar hulp aan, waardoor ik de rest van het gesprek niet meer hoorde.

De volgende maanden merkte ik het koppel vaker op. Ze bleken een paar straten verder te wonen, in een appartementsgebouw dat lang had leeggestaan, met een voordeur waarvan de verf zo afgebladderd was dat je vermoedde dat niemand er ooit nog zou intrekken. Altijd waren ze samen op pad, en omdat ik hen ook op weekdagen overdag tegenkwam, vermoedde ik dat ze werkloos waren — voor een pensioen, zelfs vroegtijdig, oogden ze te jong.

Afgelopen vrijdag zag ik hen in de drukste straat van mijn stad met een trolley. Zij had een nieuwe coupe: haar lange zwarte haren had ze geblondeerd, alsof ze de brandende zon daarmee te snel af wilde zijn. Ze stapten met stevige tred, en ik ging ervan uit dat ze op weg waren naar het station, om daarna op reis te vertrekken. Mijn verbeelding situeerde in hun koffer de tablet tussen een stapel zomerkleren. De volgende dag echter verschenen ze opnieuw, en weer trok de man de trolley voort. Ik was nieuwsgierig en volgde hen. Hun eindbestemming bleek het stadspark te zijn. Uit hun bagage haalden ze een radio, twee badhanddoeken en een aantal bierblikjes van het merk dat ze verkopen in dezelfde winkel waar hun tablet vandaan kwam — die evenwel nergens te bespeuren was. Ze luisterden naar Radio Nostalgie. Af en toe floot hij een deuntje mee. Zij smeerde zijn rug in. Toen ze even later sliep, ging hij naar de fontein, vulde een leeg blikje met water, en goot het plagend over haar blote benen. Zij gilde. Hij lachte. Ze hadden geen geld voor vakantie, en misschien ook niet voor internet op hun tablet, maar ze hadden de tijd van hun leven.

Deze column verscheen in De Morgen van 13 juli

 

 

Reacties staat uit voor Column: De trolley

Opgeslagen onder Columns

Reacties zijn gesloten.