Hoera: roerende voorheffing op auteursrechten blijft op 15 procent

Vandaag staat er een opiniestuk van mij in De Morgen over de verhoogde belasting op auteursrechten waartoe de Belgische regering besliste. Gelukkig is die beslissing vanmiddag teruggedraaid en blijft de roerende voorheffing op auteursrechten op 15 procent. Hieronder niettemin mijn opinie – laten we hopen dat de proteststemmen van onder meer Erwin Mortier, Celia Ledoux, mezelf en vele anderen hebben geholpen. Niettemin, zoals Koen Van Bockstal, directeur van het Vlaams Fonds voor de Letteren, op Facebook schrijft: “We hebben inderdaad resultaat geboekt, maar nu het ijzer heet is moeten we ook het debat ten gronde gaan voeren over ‘het statuut van de auteur’.”

De regering maakt van schrijvers geknevelde barden

Net op het moment dat de beruchte muis door de vertrekken van de Lambermont liep en de regering het hoogtepunt van haar begrotingsonderhandelingen bereikte, moet het zijn gebeurd. De aanwezige excellenties zullen het kleine knaagdier hebben aanschouwd en in nachtelijk lachen zijn uitgebarsten: ‘Mais enfin! Dat we daar niet eerder aan hadden gedacht! Laten we het kapitaal halen bij de muizen der Belgische verdieners: de muzikanten, de acteurs, de schrijvers!’ Elio zal zijn voor mij onbetaalbare iPhone in de broekzak van zijn op maat gemaakte pak hebben laten glijden en opgelucht hebben ademgehaald.

Vorige week hoorde ik in het journaal een vrouw verzuchten dat politici het geld altijd bij de kleine man halen. Als kind van een arbeidersgezin wist ik dat ze gelijk had, maar nooit heb ik de waarheid van haar uitspraak zo sterk ervaren als vandaag. Als tegelijk een snoeiharde rechtse in mijn gezicht en een doffe stomp in mijn maag: zo voelde het nieuws dat de regering de roerende voorheffing op auteursrechten verhoogt van 15 naar 25 procent.

Wanneer ik mensen vertel dat ik op auteursrechten 15 procent roerende voorheffing betaal, zie ik vaak een zweem van jaloezie over hun gezicht glijden. Je hoort ze denken dat die schrijvers het nog zo slecht niet hebben – tot ik hen uitleg hoeveel ik effectief aan een boek verdien. Dat mag ook u gerust weten: voor Vurige tong, dat het naar de normen van debuten op de huidige literaire markt goed deed en zelfs een tweede druk kende, kreeg ik een voorschot van 2.000 euro. In 2012 volgde een royaltyafrekening van 1.490,21 euro, waarvan mijn uitgeverij 15 procent roerende voorheffing doorstortte aan de fiscus. Vindt de regering het echt nodig om zo’n luttel bedrag voor een boek waaraan ik maanden heb gewerkt zwaarder te belasten? Moeten schrijvers daarenboven niet twee keer langs de kassa passeren, als ik ook verneem dat de roerende inkomsten vanaf 1 januari 2012 moeten worden aangegeven in de jaarlijkse belastingaangifte, zelfs indien ze al roerende voorheffing hebben ondergaan?

Gemiddeld verdien ik 1.000 euro per maand, waarvan het grootste deel afkomstig is uit auteursrechten, want ik schrijf ook columns en reportages. Met dat bedrag kan ik huur en vaste kosten betalen, en mezelf heel af en toe een extraatje veroorloven. Als ik niet een aantal keer per week bij mijn ouders kon gaan eten, zou ik het niet halen – zo romantisch is het leven van een schrijfster die sinds haar laatste boek wordt bestempeld als ‘doorgebroken’. De voorbije maanden stond het water mij al aan de lippen, en nu wil de regering mij gewoon doen verzuipen. Het gunstige fiscale regime liet mij toe nét de eindjes aan elkaar te knopen, en gaf mij dus ook de kans fulltime te blijven schrijven, wat de regering als een investering in zowel mijn toekomst als de hare zou moeten beschouwen: als ik regelmatig een boek kan afleveren, word ik meer gelezen, bekender, verkoop ik meer boeken, en zal ik dus ook meer belastingen betalen als ik eenmaal een bepaalde inkomensgrens overschrijd.

Dat het nu voor veel auteurs steeds moeilijker wordt om enige inkomsten uit hun pen te halen, daar ligt het Vlaamse volk niet bepaald wakker van. Als ‘die schrijvers’ van hun hobby hun beroep niet meer kunnen maken, zo lees ik tot in den treure op internetfora, moeten ze maar een ‘echte job’ zoeken. Want oh nee, het Vlaamse volk beschouwt schrijven niet als werk! Het is een hobby’tje, dus ‘die elite’ mag al content zijn dat ze er hoegenaamd iets voor krijgen! Waarom vindt datzelfde volk het niet erg dat de coureurs en voetballers die ze zo aanbidden exuberant veel verdienen met het hobby’tje waarvan zij hun beroep hebben gemaakt?

Schrijven zie ik niet als mijn hobby. Het is hard werk. Het is een beroep dat ik weliswaar met passie uitoefen, maar als ik me wil ontspannen, schrijf ik niet. Gerrit Komrij kon het niet beter verwoorden: “Literatuur is niet iets wat je ‘erbij doet’. (…) Een schrijver hoort er voor uit te komen, vierentwintig uur per etmaal, en niet gedurende zijn zomervakanties te bevallen van een aantal gelinieerde kladbloks waarmee hij ons, teruggekeerd, in de vorm van romans komt vervelen.”Als de regering mij met haar maatregel verplicht schrijven tot hobby te reduceren, mag ze straks de kosten van mijn ontslag betalen als ik genoodzaakt ben een job uit te oefenen waarvoor ik geen talent heb. De regering heeft de mond vol van de kenniseconomie, maar lijkt niet te beseffen dat schrijvers en bij uitbreiding  alle creatievelingen met hun inzichten, talenten, ontdekkingen en meningen aanzienlijk bijdragen tot die kennis. Waarom wordt aan die culturele kennis haast alleen nog symbolisch kapitaal toegekend en is het zo moeilijk daar een billijke vergoeding tegenover te plaatsen? Ik héb ooit een echte job uitgeoefend; werd daarvoor zeer goed betaald en betaalde belastingen als ‘normale’ mensen, maar deed het werk tegen mijn zin en ook niet naar behoren, en droeg dus aanzienlijk minder bij tot die kenniseconomie dan ik dat nu doe in een job waarvoor ik wél geschikt ben. Is onze samenleving bereid jonge schrijvers en bij uitbreiding jonge kunstenaars en creatievelingen wat financiële ruimte te geven om te doen waar ze goed in zijn, ook als dat niet meteen het grote geld oplevert?

Aan het eind van elke strip van Asterix wordt de bard Kakofonix aan een boom geboeid en gekneveld terwijl vlakbij een feestmaal wordt verorberd. Als het waar is dat Kakafonix valst zingt, is deze daad misschien nog acceptabel. Met hun hogere belasting op auteursrechten toont onze regering zich echter barbaarser dan de inwoners van het Gallische dorp, want zij knevelen duizenden auteurs, muzikanten en acteurs die géén vals werk afleveren, maar hard werken om de Belgische cultuur te verrijken en het publiek te vermaken. Indien de hogere belasting op auteursrechten niet wordt teruggeschroefd, zullen de hoge inkomens lekker blijven aanschuiven aan het banket, maar zullen veel schrijvers moeten leven van de toevallige muizen die af en toe door hun slecht verwarmde vertrekken rennen

 

 

8 reacties

Opgeslagen onder Nieuws

8 Reacties op “Hoera: roerende voorheffing op auteursrechten blijft op 15 procent

  1. Geachte,

    Ik zou zo kunnen zeggen dat inderdaad (iets) schrijven zeker niet gemakkelijker is dan (iets) schilderen, nochtans is ahw. iedereen in staat zowel te schrijven en te schilderen.

    Anders gezegd: schilderen (vooral iets origineel-betekenisvol-innoverend-waardevol) is gemakkelijker omdat het niet persé moet begrepen worden (zelfs indien het een narratieve voorstelling is), daarentegen heeft het schrijven -omzeggens altijd- met begrijpenlijkheid te maken (ttz. wie niet begrijpt wat hij leest begaat onduidelijkheden en desgevallend fouten)

    Vandaar dat ik voor mijn eigen artistieke activiteiten sinds lang geschreven taal combineer met geschilderde taal om een gecombineerde taal te vormen (zoals Magritte een pijp schilderde en eronder schreef ceci n’est pas une pipe > met als een finaliteit een grotere verwarring te kunnen veroorzaken…

    Nochtans zijn schrijvers even grote leugenaars als kunstschilders, omdat ze beiden vrijelijk (kunnen) omgaan met waarheid.

    MeDa&VrHeGr,

    Jonas Wille, MFA/UA

  2. Marc

    Ik was verontwaardigd over die miskleun van de regering, gelukkig hebben ze dat snel ingezien. En ook, en niet in mindere mate, over de reacties en commentaren allerhande, waarbij auteurs afgeschreven worden als subsidievretende luiaards. Als lezer kan ik alleen dit zeggen: we ontlenen massaal gratis boeken uit de bibs, zonder dat de auteurs daar blijkbaar ook maar iets voor krijgen. Da’s pure broodroof, dan nog door de overheid zelf! Kijk uit naar de dag dat ik leenrecht kan betalen. Enkele luttele centiemen per ontlening van een boek, betekent niets voor de lezer, kan voor de auteurs wel een wereld van verschil maken. Geef de auteurs gewoon waar ze recht op hebben!

  3. Ivan Claes

    Eigenlijk is het geen verhoging van 10%, vermits artiesten de helft mogen aftrekken. De bedoelde verhoging was dus van 7,5% tot 12,5´%= 5%. Wij als loontrekker s hebben een inhouding van 47% en op overuren en extra-prestaties : 52%(meer dan de helft).

    • Luc Verheecke

      U verwart sociale bijdragen met roerende voorheffing. Zelfstandigen betalen die driemaandelijks terwijl de sociale bijdragen bij de loontrekkenden maandelijks van hun lonen wordt ingehouden. Die lasten zitten dus niet verrekend in de roerende voorheffing van auteurs, zij moeten die bijdragen afzonderlijk betalen.
      Het is een pijnlijke valstrik voor loontrekkende die beslissen om als een zelfstandige te ondernemen. Zij vergelijken hun nettoloon met hetgeen ze ‘verdienen’ als zelfstandigen. 100 € netto met 100 € brutto – hopelijk hebben ze in die 100 € er minstens hun kosten afgetrokken – terwijl ze in werkelijkheid veel minder overhouden. Een startende zelfstandige die voordien als een loontrekkende werkte moet rekenen dat hij 300 € brutto verdiend in verglijking met zijn vroegere maandloon van 100 € om ervanuit te gaan dat hij als zelfstandig meer zal verdienen dan een loontrekkende.

  4. Mail affecté d’une étoile

    Samedi 1 décembre 2012 17h35

    Geachte,

    De miskleun over het verhoogde fiscale tarief is ondertussen gerectifieerd, maar achteraf de miskleun ontkennen is een typische politieke tjeeventruk, allemaal (of minstens iemand) heeft ons bewust een ‘kloot’ (sorry) willen aftrekken.

    De indruk is niet alleen knullig maar gewoonweg onfatsoenlijk, hun beslissing moet evenmin achteraf afgedaan worden als een betreurenswaardige technische vergissing (wie dat gelooft, gelooft in sinterklaas…)

    Wedden dat er een volgende keer eenzelfde maatregel kan worden voorzien

    Gelieve in bijlage mijn eigen mening terzake te willen noteren.

    MeDa&VrHeGr,

    Wonderfull! Life without a care,

    Jonas Wille, MFA/UA

    (ex-dir.BKO.KUNSTSCHOOL

    chief-con. A.Q.A.

    member IAA-AIAP-UNESCO)

    40 H.de Brouckèrelaan

    1160 Brussel

    http://www.jonaswille.be

    http://www.ibknet.be BAM > Personen > W > Jonas

    —– Mail transféré —–
    De : wille jonas
    Objet : BRIEF AAN ONZE COLLEGA’S SCHRIJVERS

    (Commentaar opiniestukken van C.Ledoux en A.De Craemer in DM, 30-11-12, blz.18)

    BRIEF AAN ONZE COLLEGA’S SCHRIJVERS

    -Woord vooraf: Het is bekend dat er een verschil is tussen schrijven en schilderen. De enige gelijkenis is hun startend wit blad vooraleer ze beginnen, ttz. een leeg en open oppervlak is hun gemeenschappelijke uitdaging. (alsook desgevallend een writer’s’ block) En hun afzondering, hun noodzakelijke eenzaamheid om zich creatief te kunnen concentreren.

    Schrijvers zouden klagen dat ze financieel slechts ondermaats vergoed worden voor de geleverde intellectuele inspanning en arbeid vooraleer hun boek klaar is, gedrukt en verkocht wordt en in de boekhandel een mercantiele waarde voorstelt.

    Bij een schilder is dat anders en verloopt het meestal vlugger, en bovendien verdient hij er goed mee. Tenminste als de ‘markt’ hem de kans geeft om te exposeren, en op voorwaarde dat er veel -en liefst alles- verkocht werd.

    In Vlaanderen zijn er waarschijnlijk meer beeldend kunstenaars die (méér dan) normaal kunnen leven van de inkomsten van hun beroep vergeleken met schrijvers. Er is ook een groot aantal beeldend kunstenaars van verschillende disciplines die financieel niet te klagen hebben omdat ze een combibaan (full- of partime) hebben in het kunstonderwijs. Dit heeft voor- en nadelen: ze zijn maatschappelijk geïntegreerd en aanvaard wegens hun publiekelijke nuttigheid, én ze hebben geen financiële kopzorgen waardoor ze ongestoord hun artistiek werk in totale autonomie kunnen blijven beoefenen (een lijst van ontelbare gevallen, van zowel beginnende, toonaangevende en gereputeerde kunstenaars, kan worden voorgelegd) Een nadeel kan zijn dat er rekening moet worden gehouden met de verplichtende weekindeling van een schooluurrooster afwijkend van de eigen individuele werkdesiderata.

    Wat kan eigenlijk het vermeende probleem zijn voor de schrijvers om hun schrijversschap te combineren met een opdracht in het onderwijs, of redactionele bijdragen in de media of publiciteit, of vertalingen te verzorgen? Pessoa, Kafka, onze eigen Elsschot, LPBoon, Hemmerechts en Hertmans, hebben willens nillens moeten schipperen tussen een externe opdracht en hun eigen schrijfwerk. Ook Paul Verhaeghen die in combinatie met zijn universitaire verplichtingen de tijd en de inspiratie vond om een reuzekanjer te schrijven; in dit geval heeft één excellente roman een grotere méérwaarde dan een leven lang middelmatigheid te publiceren.

    Wie kunstenaar wordt (en is) moet zich realiseren dat hij/zij zich blootstelt aan een existentieel risico van intrinsieke onzekerheid. Er zijn overigens landen die veel talentrijke en succesvolle schrijvers (zoals USA ) tellen waar nochtans geen staatssubsidies voorzien zijn. Hetgeen niet belet dat de voorliggende fiscale maatregel één van de vele typische Vlaamse miskleunen is die zich jaarlijks voordoen in de kunstensector.

    -Even persoonlijk: Ikzelf heb als beeldend kunstenaar (sinds 1998 master in de vrije en experimentele kunst) na mijn studies uitgekeken naar een betrekking als docent in het kunstonderwijs, nadien ben ik directeur geweest van een middelgrote kunstacademie in een Brusselse randstadgemeente. Op geen enkel moment heb ik een obstakel ondervonden waarbij mijn ambitie en talent zou beperkt worden of om mijn artistiek werk te moeten opgeven. Dit naar analogie met andere kunstcoryfeeën zoals Klee, Kandinsky, Beuys, Richter, Beckmann, Penck, Landuyt, ea. Momenteel geniet ik verder van mijn artistieke activiteiten, ontvang maandelijks een pensioenuitkering en zal ooit kunnen rekenen op een vrijgevige gift van een uitgeweken suikertante in Australië. Deze niet uitzonderlijke situatie laat mij toe om 24u/24u als kunstenaar door het leven te gaan zonder de minste artistieke toegeving. Niet iedereen moet zich als kunstenaar ongelukkig voelen, er is ook ongelukkige liefde, en die wordt evenmin gesubsidieerd… Het leven vraagt van iedereen zonder onderscheid van beroep geduld en een minimum aan pech.

    Het vergelijken van kunstenaars (en in het bijzonder schrijvers) met voetballers is absurd, want voetballers moeten niet betoelaagd worden; dàt soort sport leeft op groot, héél groot, geld afkomstig uit de privé middelen van het grootkapitaal. De schrijverssector kan spijtig genoeg niet rekenen op gelijk(w)aardige kapitaalkrachtige tussenkomsten.

    -Vaststelling: Het is opvallend dat beide schrijfsters geen woord besteed hebben aan de andere kunstsectoren die met dezelfde nadelige maatregel af te rekenen zullen hebben. Beide artikelen zijn geschreven in de ik-vorm, hetgeen de emotionaliteit van de inhoud vergroot, doch politici grotendeels onberoerd laat.

    Vreemd dat er nergens -en al evenmin in deze krant- een uitgebreid opiniestuk vanwege klagende visuele kunstenaars werd geregisteerd. Zou de nieuwe fiscale ingreep op deze sector geen invloed hebben, doordat ze evenvoudigweg hun verkoopprijzen kunnen aanpassen? En wellicht grijpen schilders niet even gemakkelijk in hun schrijfpen, zelfs niet de met schrijvers bevriende Jan Vanriet.

    -Een tip: Kunstenaars (muzikanten, theater-en dansgezelschappen, filmregisseurs, beeldend kunstenaars) waarvan hun wereldfaam algemeen bekend is, en waarvan mag worden verondersteld dat ze voor hun geleverde artistieke prestaties redelijk vergoed worden moet er door de Overheid overwogen worden om hun (structurele?) subsidies te herverdelen over de minder bemiddelde en minder succesrijke kunstenaars.

    Probeer eens iets anders als afwisseling, kom eens méér onder mensen, met als finaliteit het einde van uw financiële zorgen en afhankelijkheid. Want dàt is uw probleem, schrijvers willen 100% vrijheid om te kunnen schrijven, maar klagen dat ze eigenlijk maar met moeite kunnen overleven.

    Beide schrijfsters wordt aanbevolen dat ze -tijdelijk?- een passende en aantrekkelijke combibaan zoeken, in het beste geval in combinatie met een begoede lover, dat helpt…

    -Conclusie: Ofwel zijn schrijvers een ‘apart ras’ dat zich exclusief kan uitdrukken door dagelijks systematisch een volle dagtaak te moeten besteden aan hun schrijfwerk, ofwel zijn hun verwachtingen inclusief hun klachten overdreven in verhouding tot andere artistieke expressievormen.

    • Luc Verheecke

      Dat een docent die uitbetaald wordt door de staat en dus 100% gesubsidieerd wordt door de belastingbetaler tot de conclusie komt dat schrijvers tot een ‘apart ras,’ behoort aangaande een fiscale gunstmaatregel, bovendien komt aandraven met zijn pensioenuitkering van ambtenaar, die hoger is dan deze voor zelfstandigen, arbeiders, bedienden; vind ik straf.
      Om beeldende kunstenaars enigszins met schrijvers te vergelijken dacht ik aan striptekenaars. Mijn conclusie was dat beiden er een dagtaak van moeten maken om een carrière op te bouwen.
      Tot slot vind ik dat je de artikels van beide vrouwelijke debutanten niet goed gelezen hebt. Hun inkomen wordt nog nauwelijks uitgemaakt als auteur, ze hebben bijkomende jobs om rond te komen.

      • -De artikels werden aandachtig gelezen.
        -Mijn commentaar was van algemene principiële aard mbt. alle scheppende kunstenaars, en aangezien mijn persoonlijke ervaring als beeldend kunstenaar werd de voorrang gegeven om beide expressievormen (literatuur en beeldende kunst) even met mekaar te vergelijken op mogelijke verwantschappen en verschillen.
        De artikels van beide schrijfsters waren overigens overwegend geschreven vanuit een strikt persoonlijke situatie; maw. er was een indruk dat het algemeen belang ondergeschikt was. (en er nergens met één woord verwezen werd naar de beeldende kunsten)
        -Het ‘verwijt’ dat u maakt over een beeldend kunstenaar die in bijberoep een functie als docent in het kunstonderwijs uitoefent en als gesubsidieerd voorstelt is misleidend, want dan zou vanuit uw standpunt het kunstonderwijs geprivatiseerd moeten worden (zoniet elke kunstenaar zijn/haar eigen kunstacademie moeten inrichten?…)
        U moet zich realiseren dat beeldend kunstenaars die een combibaan (in bijberoep in het kunstonderwijs) gedurende een ‘loopbaan’ uitvoeren dat geenszins als roeping doen, noch als een plezant verzetje. Zij verkiezen eveneens als de schrijvers zich F.T. te kunnen concentreren op hun artistieke activiteiten.
        -Er wordt u vriendelijk aangeraden om vanuit dat perspectief mijn Brief aan onze Collega’s Schrijvers te herlezen, ook tussen de lijnen…
        -PS) Mijn bewering dat schrijvers een ‘apart ras’ zouden zijn heeft een cynisch-ondervragende ondertoon, en is geen onbetwistbare vaststelling.

        • Luc Verheecke

          Ik heb een zoon die schilderen volgt aan de hoge school te Gent.
          […]want dan zou vanuit uw standpunt het kunstonderwijs geprivatiseerd moeten worden (zoniet elke kunstenaar zijn/haar eigen kunstacademie moeten inrichten?…)[…] Dit was inderdaad het beeld dat bij mij opdoemde toen ik jou artikel voor het eerst las en waartegen ik reageerde.

          Ik zou uw schrijven inderdaad kunnen lezen als: ondanks het verlies van steun, laat je niet ontmoedigen er bestaan voorbeelden …
          Het doet me denken aan het misverstand van de profiterende krekel, terwijl La Fontaine zelf krekel wellicht totaal iets anders bedoelde. Gelieve me te verontschuldigen.

          Met de meeste hoogachting