Wat doet de Mossad in mijn koffer?

Ik zit in een hotelkamer in West-Jeruzalem wanneer de Israëlische premier Benjamin Netanyahu tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties waarschuwt dat Iran volgende zomer genoeg verrijkt uranium zal bezitten om een kernbom te produceren. Terwijl op straat het leven zich weer volop op gang trekt nadat de Heilige Stad tot stilstand kwam voor het joodse feest Yom Kippoer, zie ik hoe Netanyahu zijn ferme woorden aan het adres van Iran kracht bijzet door op een simplistische, cartoonachtige tekening van een bom een rode lijn te tekenen. “Rode lijnen leiden niet tot oorlog, rode lijnen voorkomen oorlog”, zegt hij. “Niets brengt de wereld meer in gevaar dan een nucleair bewapend Iran.”

Een sterke, door de VS gesteunde staat in het Midden-Oosten die zelf over een kernbom beschikt maar een ander land in de regio dreigt te bombarderen omdat het erop lijkt – zeker is dat na onder meer het Stuxnetvirus en het Flame-virus verre van – dat de Islamitische Republiek binnen afzienbare tijd zelf een kernwapen zal hebben: zoiets heet arrogantie. En helaas maakte ik tijdens mijn eerste reis naar het Beloofde Land zelf kennis met de arrogantie van het regime aldaar.

Zondag, 23 september. Het is half acht en we zijn ruim op tijd om in te checken voor de vlucht die ons om 22:05u van Brussel naar Tel Aviv zal brengen. Aan de incheckbalie stapt een vrouw meteen gedecideerd op ons toe. “Tel Aviv?” zegt ze? “Tourism?”. We knikken, en als op commando verschijnen uit een hoek twee mannelijke medewerkers van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al, walkietalkie en telefoon in de hand. Ze nemen mijn vriendin en ik letterlijk bij de arm en tronen ons elk apart mee naar een soort staander van waarachter ze ons beginnen te ondervragen – ver genoeg van elkaar verwijderd, zodat we elkaar niet kunnen horen. Op dat moment is de reputatie van El Al mij onbekend, maar ik leer ze snel genoeg kennen. De man kijkt mij amper aan terwijl hij een spervuur aan vragen stelt. Hij wil weten hoelang mijn reispartner en ik elkaar kennen. Hoe we bevriend raakten, en waarom (!). Hoe ver we van elkaar wonen. Of ik haar elke week zie, of maar één keer per jaar. Waarom ik naar Israël ga, en wie op dat idee is gekomen; mijn vriendin of ikzelf.  Tot slot van het ‘gesprek’ vraagt de man de code van mijn koffer die naast me op de grond staat. Ik vraag hem waarom hij die nodig heeft. Tot mijn verbazing zegt hij dat ze die misschien zullen openmaken voor hij het vliegtuig in gaat. Ik vraag hem of dat zomaar kan, maar hij maakt brommend duidelijk dat ik geen andere keuze heb en beent weg.

Nadat onze koffer op de rolband is gezet en we zijn ingecheckt willen mijn vriendin en ik iets eten voor vertrek, maar dat is verboden. De vrouw neemt ons opnieuw bij de arm. Ik protesteer en zeg dat we willen eten, maar niets daarvan: we waren al rijkelijk laat (hoezo?) voor de check-in, zegt ze, en “jullie moeten nu de hele tijd bij mij blijven”. Meteen worden we naar onze gate begeleid. Onderweg loopt de vrouw onophoudelijk te zuchten. “Ik hoop dat zich geen problemen voordoen met jullie handbagage”, zegt ze, “want het is mijn verjaardag. Maar als er een probleem is, kunnen jullie niet meer vertrekken, dames.” Even later worden we in een glazen hok van El Al gezet, net naast de gate, en zien we hoe achter een deur de vrouw onze handbagage leegmaakt en onderzoekt met een explosievendetector. Daarna zijn wij aan de beurt, en worden onze geteenslipte voeten onderzocht op explosieven. Het hele proces neemt een uur in beslag, en wanneer ik daarna nog een drankje wil halen, kan ook dat niet: we mogen geen seconde van de zijde van de dame wijken. Joodse mensen zien we intussen rustig rondwandelen: zij zijn zonder veel problemen ingecheckt en kijken ons zelfs wat meewarig aan. Een meisje uit Brugge dat een Belgisch-Israëlisch paspoort heeft en af en toe in Nazareth verblijft, moet ook worden onderzocht. “Het is elke keer zo”, zegt ze. “Wie een Israëlisch paspoort heeft, vormt blijkbaar geen gevaar. Maar Belgen, of alle niet-Israëli’s of niet-joodse mensen, zijn gevaarlijk.”

Wanneer ik aankom in het hotel in Jeruzalem, blijkt mijn koffer inderdaad te zijn geopend. Alles is overhoop gehaald, tot mijn ondergoed toe. Ik google El Al en lees dat de El Al-securities ambtenaren zijn van Israël, wat zoveel betekent als dat zij agenten zijn van de Israëlische inlichtingendienst Mossad. In mei 2005 al interpelleerde voormalig senator Stefaan Noreilde (Open VLD) de toenmalig bevoegde ministers Patrick Dewael (Open VLD) van Binnenlandse Zaken en Renaat Landuyt (SP.A) van Mobiliteit. Zij deden ‘heel hard hun best om zo vaag mogelijk te blijven’. Er bleken ook wapenvergunningen afgeleverd aan buitenlandse inlichtingendiensten. In 2009 vond P-Magazine ook een bron binnen de politie die bevestigt dat zulke praktijken schering en inslag zijn bij El Al-vluchten. “Wat de Mossad betreft, moet ik zeggen dat hun handelswijze ons altijd mateloos heeft geërgerd, de manier waarop ze in de luchthaven rondlopen, is stuitend. Ze doen alsof ze in een supermarkt rondwandelen.” Jaren later is er duidelijk nog steeds niets veranderd. Kan een Belgisch burger op eigen grondgebied zomaar uren vastgehouden worden door mensen die niet eens hun eigen handelswijze toelichten?

Zondag 30 september. We vliegen met El Al terug naar Brussel, en de security handelt nu zo mogelijk nog arroganter. Mensen met een Israëlisch paspoort en zelfs joden met een buitenlands paspoort checken vlot in. Wijzelf, en vele andere niet-Israëli’s met ons, staan eerst een uur in een ellenlange rij, waarbij iedereen vragen krijgt van securityagenten. Een vrouw kijkt naar mijn paspoort en daarna naar mij. Ze vraagt wat mijn tweede naam is en wat die betekent. Ik antwoord dat ik niet weet wat ‘Karen’ betekent. Ze verdwijnt even en praat in haar walkietalkie. Komt terug en vraagt wat de naam van mijn moeder is. Huh? Ik antwoord “Magda”. Ze fronst de wenkbrauwen. “Why Magda?” Ik vraag haar waarom ze die vraag stelt. Ze rolt met de ogen. “You can’t explain why her name is Magda? Strange.” Ze stelt nog een paar onverklaarbare vragen en zegt daarna dat ik mag gaan. Onze koffer wordt vijf minuten bestudeerd in een machine, en net wanneer ik denk dat het voorbij is, zegt een andere agent dat er een probleem is met onze koffers. We worden begeleid naar alweer een lange rij waar mensen staan te wachten voor een tafel waarop alle koffers worden opengegooid. Een Oostenrijks meisje naast ons zucht en zegt dat ze dit voor de vierde keer moet ondergaan, en ze zich vorige keer in een hokje tot op haar ondergoed moest uitkleden: ze vonden een vrouw die alleen reist al te verdacht en hadden het over spionage. Een Australiër moet een cadeau dat hij voor zijn moeder kocht helemaal openmaken. Wanneer het niet snel genoeg gaat, ‘helpt’ een securitydame het papier eraf te scheuren.

Na drie uur zijn alle controles voorbij. In onze koffer bleek geen enkel probleem te bespeuren. Dat Israël zijn eigen grenzen beschermt, kan ik begrijpen, want het land is omringd door buren die de staat liever zouden zien verdwijnen. Dat er na 9/11 nog meer controle is, kan ik alleen maar toejuichen. Maar dat El Al bij zijn veiligheidscontroles zo’n flagrant en zichtbaar onderscheid maakt tussen mensen van ‘eigen volk’ en anderen, en dat daarbij zo ongezien arrogant wordt opgetreden – dat is een brug te ver. Een staat die zoveel inwoners heeft die zelf het slachtoffer zijn geworden van het meest stuitende racisme uit onze recente geschiedenis, zou zich zelf niet schuldig mogen maken aan racisme. ‘It’s not just an airline, it’s Israel’, luidt de slogan van El Al, verneem ik in een brochure in het vliegtuig – en zo is het precies. Ik ging naar Israël omdat ik onder meer hoopte vast te stellen dat een aantal hardnekkige clichés over die staat niet kloppen. Helaas is al minstens een daarvan niet ontkracht: Israël als agressor. Netanyahu heeft geen enkel recht om, een simplistische tekening in de hand, te dreigen met een aanval op Iran, net zoals ‘zijn’ luchtvaartmaatschappij geen enkel recht heeft om geïnteresseerde bezoekers van hun land urenlang te gijzelen.

1 reactie

Opgeslagen onder Nieuws

Een Reactie op “Wat doet de Mossad in mijn koffer?

  1. ludo mertens

    mijn positieve gezindheid wegens Israel zakt met de minuut.