Column ‘De Morgen’: Leve de langzame zinnen

Van iemand die me dierbaar is kreeg ik een boek cadeau waarin de brieven van dichter Rainer Maria Rilke aan zijn geliefde Merline zijn gebundeld. Zij woonde in Parijs; hij op wisselende plaatsen. Slechts af en toe konden ze samen zijn, maar de afstand leverde wel meesterlijke brieven op waarin hij zijn passie voor haar beleefde. Toen ik het boek uit had, voelde ik melancholie: de kunst van de handgeschreven brief is helaas verloren gegaan.

Zelf weet ik nog precies wanneer ik het laatst een brief met de hand schreef. Tijdens mijn eerste jaar aan de universiteit woonde een vriendin een tijdje in Peru. We stuurden elkaar lange brieven, en onbetaalbaar was het gevoel wanneer je na minstens een week wachten het papier vasthield waarin een reactie stond op je vragen en verhalen. De brieven kwamen en gingen, tot iemand suggereerde dat ik een e-mailadres moest nemen. Dat had toen nog lang niet iedereen, en groot was mijn opwinding toen ik voor de allereerste keer op de verzendknop drukte. Ik vroeg er nog bij of ik die e-mails op elke computer kon lezen en versturen – je zou je vandaag haast schamen om zoveel 2.0-naïviteit.

Ik betreur het dat mijn nichtje van vijf niet het hof zal worden gemaakt in een liefdesbrief die met de hand werd geschreven: het verlangen van haar geliefde zal op een kil scherm verschijnen. Dat betekent dat ze het genot van het wachten zal moeten missen, of zoals Rilke het in een brief aan Merline treffend omschrijft: ‘Lieve, het wachten op uw telegram werd gisteren tegen de avond een min of meer angstig wachten – maar ten slotte hebt u het ruim beloond door uw lieve brief die me tegen half tien werd gebracht. Die heb ik gelezen en herlezen tot ik in slaap viel.’ Nog mooier dan de enveloppe die je na dagen wachten openscheurt is de intimiteit die van een handgeschreven brief uitgaat. In Pleidooi voor de brief verwijst de Spaanse auteur Pedro Salinas naar het werk van Johannes Vermeer om de intimiteit van de brief te duiden. Op zeven van de vijfendertig doeken van Vermeer leest of schrijft iemand een brief, en kijken naar zijn ‘Brieflezende vrouw’ vind ik intiemer dan wanneer hij haar naakt had geschilderd. Alleen al het papier aanraken waarover iemands vingers gleden maakt van een handgeschreven brief iets intiems, en tussen geliefden zelfs iets erotisch.

De grootste charme van een handgeschreven brief is dat hij noopt tot een zorgvuldige formulering van gevoelens en gedachten, wat ook komt door de fysieke daad van het schrijven met de hand: het gaat langzamer dan tokkelen op een klavier. Weloverwogen, langzame zinnen weet ik in tijden van twitteratuur en van woordanorexia in e-mails en afgekapte sms’jes ten zeerste te waarderen. Naar het schijnt is authenticiteit in de mode, dus moge de handgeschreven brief snel een nieuw leven beginnen. Ik neem straks pen en papier ter hand. De enveloppe ligt al klaar, en daarop heb ik net de naam geschreven van iemand die mijn trage zinnen verdient.

3 reacties

Opgeslagen onder Columns

3 Reacties op “Column ‘De Morgen’: Leve de langzame zinnen

  1. Tot 18 maart loopt nog de tentoonstelling BRIEF WISSELING in het Huis van Alijn. Hier wordt je als bezoeker uitgenodigd om een brief te versturen en na te denken over de veranderingen in onze communicatie. Je worden ondersteunen de inhoud van dit project volledig.

  2. Marc

    Het doet me terugdenken aan de lagere school, leren schrijven met pen en vloeipapier, uiterst nauwgezet, zonder fouten, bijna monnikenwerk.
    Nu tokkelen op de computer, en me er telkens op betrappen dat ik letters of zelfs volledige woorden vergeet. Ja, een handgeschreven brief(je) is toch zoveel intiemer. Bewaar zo nog altijd een briefje in m’n auto, gestopt onder de ruitenwisser, slechts enkele zinnen maar wat een prachtig handschrift, kan ik niet weggooien.
    Een heel mooie column! En natuurlijk ga ik als de bliksem op zoek naar die dichter en dat boek!

  3. Je blog gelezen onder voortdurend instemmend knikken. Ik ben blij met de handgeschreven brieven die ik nog heb, en treur om de brieven die ik ooit in mijn spaarzame opruimwoedes heb weggegooid.