Column ‘De Morgen’: Nieuwe bottines

In mijn dorp dat zich stad noemt waren mensen rond die van vlees en bloed zijn, maar in mijn hoofd de vorm van een personage aannemen. Ze zijn het soort dorpsfiguren van wie ik me afvraag of ze binnen tien jaar nog zullen bestaan, en omdat ik vermoed dat ze zullen verdwijnen, bekijk ik hen met extra aandacht: ooit zullen ze opduiken in een van mijn boeken.

Er is Jeanne, van wie wordt beweerd dat ze de rijkste vrouw van mijn stad is. Ze is kunstenares en ik ken plekken waar prachtige beeldhouwwerken van haar staan. Bijna elke dag zie ik haar door mijn straat schuifelen, en deze winter heeft ze een bontjas gekocht, maar aan haar voeten heeft ze nog steeds haar versleten bottines. Vaak blijft ze lang staren naar een etalage of een voorbijganger, maar nooit spreekt ze iemand aan — of vice versa. Ze kijkt alleen maar, en daar heeft ze blijkbaar genoeg aan.

Er is de man in de beige anorak die ik steevast met dezelfde documentenmap onder zijn arm en met gejaagde pas door de straten zie snellen. Ik dacht dat hij in verzekeringen of bankzaken deed, maar hij blijkt met pensioen. Wat zit er in die map, en waar beent hij altijd zo gehaast naartoe? Had hij ooit een druk leven en wil hij de illusie in stand houden?

Er is Gino, de wielerliefhebber die naar eigen zeggen de grootste Eddy Merckx-fan ooit is en een indrukwekkende collectie wielertruien van zijn held bezit. Gino zie ik zijn oude moeder vergezellen wanneer zij boodschappen doet, elk hun fiets aan de hand. Hij is een lezer van deze krant en volgt al mijn schrijfsels, en steekt soms van de overkant de straat zijn duim in de lucht: “Goed gedaan, meiske!”

Er was Marc, die een geruite pet droeg in de winter en een bruinverbrande schedel had in de zomer. Nog meer dan anders leek hij dan op Picasso: glimmende karakterkop, donkere ogen, diepe groeven in de wangen. Marc was alleen op de wereld, maar de straten waren zijn thuis. Hij groette iedereen. “Ne goeiendag!” klonk het dan luid. Hij stak zijn hand in de lucht, en in zijn blik las je altijd de hoop dat je even met hem zou praten. Op een dag werd Marc niet meer gezien en sloegen zijn buren alarm. Marc zat dood in de zetel. Toen ik naar zijn begrafenis ging, zat de kerk afgeladen vol, en het voelde alsof mijn stadsgenoten tegelijk afscheid namen van het tijdperk waarin dorpsfiguren nog niet als weirdos werden bekeken.

Marc is verdwenen, en hoewel hij de straat is uit gewandeld, wordt er nog vaak over hem gepraat. Ik wens voor mij hetzelfde, nu ik vandaag in het dorpje dat ook de literatuur is de straat van deze bijlage achter mij laat. Ik sla de hoek om naar het vernieuwde cultuurkatern ‘M’, waar u me vanaf volgende week elke maandag kunt vinden. Met nieuw opgeblonken en stevige bottines, maar met dezelfde documentenmap.

2 reacties

Opgeslagen onder Columns

2 Reacties op “Column ‘De Morgen’: Nieuwe bottines

  1. Eric

    Alweer goed gedaan, Ann.

  2. stefaan

    mooi …. Het leven zoals het is / was…