Column ‘De Morgen’: Vaclav & Mir-Hossein

Uit de Iraanse strip ‘Zahra’s Paradise’ – klik op de afbeelding om te vergroten

Toen ik in juni 2009 door Iran reisde, veranderde de Tsjechische president en schrijver Vaclav Havel van een naam uit mijn geschiedenisboeken tot iemand die tot leven kwam in de straten van Teheran. Miljoenen Iraniërs protesteerden tegen de uitslag van de frauduleuze presidentsverkiezingen, en tijdens mijn interviews met betogers werd Havel steeds vaker aangehaald: velen zagen in oppositieleider Mir-Hossein Mousavi de Vaclav Havel van Iran. Kunstschilder en architect Mousavi en zijn ‘Groene Beweging’ wilden immers geen nieuwe revolutie, maar een fluwelen hervorming van de Islamitische Republiek. Havel sprak toen uitdrukkelijk zijn steun uit: “Ik sympathiseer met hen, en ik zou hen adviseren niet ten prooi te vallen aan scepsis indien ze, ondanks hun inspanningen, geen onmiddellijke resultaten boeken.”

De protesten hielden aan. Honderden betogers werden gearresteerd, gefolterd en vermoord in de martelkamers van Iran. In februari 2010 riep Mousavi op tot een stille mars uit solidariteit met de Arabische Lente. Meteen werd hij samen met collega Mehdi Karroubi onder huisarrest geplaatst: Khamenei, Ahmadinejad & Co. vreesden dat Mousavi zou uitgroeien tot een nieuwe Havel.

Bijna een jaar later zit Mousavi nog steeds gevangen, maar onze media, die Havel nu huldigen als held en belangrijk dissident (hoewel het concert van Coldplay net evenveel journaaltijd kreeg) reppen met geen woord over voor het lot van deze oppositieleider. Maandenlang al krijgt Mousavi zelf letterlijk geen pen en papier; het regime hoopt daarmee zijn gedachtegoed uit te wissen. Het laatste bericht van Mousavi dat in september de buitenwereld bereikte, was een mededeling aan zijn dochters, die hij in het bijzijn van veiligheidsdiensten na lange tijd mocht ontmoeten: hij raadde zijn aanhangers aan Ontvoeringsbericht (1996) van Gabriel García Márquez te lezen indien ze wilden weten wat het betekent onder huisarrest te leven. Een paar dagen later was in Teheran geen enkel exemplaar van het boek meer te vinden.

Márquez is, net als Havel, een auteur bij wie literatuur en politiek vervlochten zijn. Vast heeft Mousavi ook het werk van Havel gelezen – maar we kunnen het hem niet vragen, want de man is monddood gemaakt. Niet alleen door het regime, maar ook door de westerse media, die doorgaans alleen over Iran berichten als het over het kernprogramma gaat of Amerika met een aanval dreigt. In de strip Zahra’s Paradise, die begin deze maand in het Nederlands verscheen, wordt Iran “het verblijf van de vergetenen” genoemd. De Arabische Lente krijgt veel aandacht van pers en wereldleiders, en terecht. Ook in Iran blijven honderdduizenden zich verzetten, maar daar horen we amper wat over: de oppositie is minder zichtbaar en de doden minder fotogeniek. Vaclav Havel bleef tot zijn laatste snik een dissident. Ook Mousavi is dat van plan: tijdens zijn ontmoeting met zijn dochters zei hij dat hij ondanks de beperkingen en grote druk die op hem wordt uitgeoefend sterk blijft geloven in zijn idealen en principes. Het is beschamend dat de wereld een dissident als Mousavi achterlaat in zijn vergeetput. Want Vaclav Havel had gelijk: “Onverschilligheid en berusting zijn, volgens mij, de meest ernstige vormen van menselijk verval in nietigheid.”

1 reactie

Opgeslagen onder Columns

Een Reactie op “Column ‘De Morgen’: Vaclav & Mir-Hossein

  1. Rudi Beaufays

    “Ook in Iran blijven honderdduizenden zich verzetten, maar daar horen we amper wat over: de oppositie is minder zichtbaar en de doden minder fotogeniek.” (Paragraaf uit bovenstaande column) Ik heb mij al dikwijls afgevraagd, waarom? Waarom horen wij sinds 2009 (de presidentsverkiezingen, de dood van Neda) niets meer over de protesten in Iran? Hoeveel van de protesterende bevolking zijn er sindsdien niet opgepakt, gemarteld en vermoord? Zou het regime er dan toch in lukken om de oppositie (mond)dood te maken? En inderdaad, de interesse van de westerse media stuurt meer aan op een oorlog dan aan ondersteuning van een Iraanse revolutie. De Iraanse bevolking is ook beducht op inmenging komende van Amerika, Engeland of Rusland, dat heeft het verleden reeds aangetoond en bij de Iraniërs ligt de geschiedenis hieromtrent nog vers in het geheugen. Een voorbeeld is de afzetting van de toenmalige eerste minister Mossadegh in 1953 met behulp van de CIA en de Britse tegenhanger MI6. En wat de gemiddelde Iraniër zeker niet wil is de verwestering naar Amerikaanse model. Wat willen ze dan wel? Vrijheid van spreken, vrijheid van klederdracht, vrijheid van godsdienst met respect voor eenieders mening. Kortom, hetgeen wij allemaal wel willen!